In vertrouwen: “Ik stal geld van een oud vrouwtje”

Edith (35) werkt in de zorg. Op een dag besloot ze om geld te stelen van een cliënt.

Lees ook

Edith (35): “Als persoonlijk begeleider ambulante zorg ga ik bij onze cliënten op huisbezoek. Deze cliënten zijn mensen die moeite hebben met de dagelijkse dingen en daarom recht hebben op extra ondersteuning en begeleiding. Ze zijn vaak verward en hebben psychische aandoeningen waarvoor onze hulp wordt ingeschakeld. De meeste mensen vinden het al fijn dat ik langskom. Veel van hen zijn eenzaam, hebben weinig tot geen sociale contacten en zitten echt om een praatje verlegen.

Soms ruim ik samen met de cliënt het huis wat op, of worstel ik me door de post, een klus die ze zelf vaak niet zien zitten omdat ze niet weten waar te beginnen. Een andere keer maken we een wandeling in het park of drinken we koffie in de stad. Als ik merk dat het uit de hand loopt, dat medicijnen niet worden ingenomen of de cliënt zichzelf verwaarloost, dan maak ik daar natuurlijk melding van. Soms gaat het zó mis dat ze uiteindelijk toch niet meer zelfstandig kunnen blijven wonen.

“Op een dag, nadat de dochter de bankzaken voor haar moeder had gedaan, vertelde ze mij dat haar moeder soms ineens twee keer per week 500 euro pinde en ze werkelijk geen idee had waar zij dat geld aan uitgaf”

Mevrouw Van Manen
Ik vind mijn baan heerlijk. Ik voel me vrij als ik van het ene naar het andere adres tuf en glijd moeiteloos in de gesprekken met deze mensen. Maar soms kunnen ze door hun verwarring ook heel raar uit de hoek komen. Zo ook mevrouw Van Manen. De eerste keer dat ik haar trof was toen ze vorig jaar zonder kunstgebit de deur voor me opendeed. Ze was helemaal niet blij me te zien. Ze vond het allemaal maar overdreven en bemoeizuchtig, zei ze in plat Amsterdams. Het uur daarop zat ik op mijn knieën in haar huiskamer, op zoek naar haar gebit, dat uiteindelijk in de koelkast bleek te liggen! Vanaf dat moment bezocht ik haar bijna wekelijks.

In haar huis was het altijd rommelig, ze vergat van alles en rekeningen gingen ongeopend in een laatje. Ze had alleen nog maar contact met haar dochter, die slechts eens per maand langskwam. Op een dag, nadat de dochter de bankzaken voor haar moeder had gedaan, vertelde ze mij dat haar moeder soms ineens twee keer per week 500 euro pinde en ze werkelijk geen idee had waar zij dat geld aan uitgaf. Ze keek me aan alsof ik moest weten waar dat geld gebleven was, en even dacht ik dat ze mij er zelfs van verdacht het geld te hebben weggenomen.

 “Dat oude mens had meer dan drie ton op de bank staan!”

Samen telebankieren
Twee maanden later was ik samen met mevrouw Van Manen bezig met het opruimen van haar kledingkast: ze wilde haar zomer- en wintergarderobe omwisselen, toen er plots vijf briefjes van honderd euro tussen een paar broeken vandaan kwamen. Opeens wist ze het weer. Ze had ze op de dag van het pinnen in de zak van haar crèmekleurige broek gedaan en die broek sindsdien niet meer gedragen. ‘Dom van me, hè!’ lachte ze. Ik heb meteen haar dochter gebeld. Sindsdien vertrouwde ze mij en vroeg ze of ik af en toe wat bankzaken voor haar moeder kon doen. We spraken af dat ik de rekeningen die echt geen maand konden blijven liggen, samen met haar zou betalen. Ik kreeg de inlogcodes voor telebankieren. De eerste keer dat ik naast mevrouw Van Manen achter de pc zat en het saldo van haar bankrekening zag, viel mijn mond open van verbazing. Dat oude mens had meer dan drie ton op de bank staan! Ook zag ik dat ze wekelijks behoorlijk veel geld opnam, zeker voor iemand die alleen woont en niks onderneemt. Misschien lag het hier in huis, gewoon voor het oprapen? Ik werd daar extra alert op.

“Ik werkte fulltime, maar moest, met twee opgroeiende kinderen, de eindjes aan elkaar knopen”

Mijn eigen financiële situatie was destijds ronduit beroerd. Ik werkte fulltime, maar moest, met twee opgroeiende kinderen, de eindjes aan elkaar knopen. Mijn ex gaf me geen alimentatie, omdat hij dat niet kon betalen. Ik had dus weinig geld voor luxe. Alles wat ik had, spendeerde ik aan mijn twee zoontjes. Daarbij was er altijd wel iets stuk, waardoor het steeds spannend was of we het einde van de maand wel zouden halen. De auto of de wasmachine, of een tandartsrekening die veel duurder uitviel dan verwacht. Als ik aan het eind van de maand echt ver in het rood stond, spookte het weleens door mijn hoofd om wat geld van mevrouw Van Manen naar mijn rekening over te maken. Wat ik natuurlijk niet echt deed. Het zou me mijn baan kosten als dat ontdekt zou worden.

Duur weekendje weg
Toen ik na de zomer 35 werd, wilden mijn vriendinnen me meenemen voor een weekendje weg. Zij betaalden het huisje. Ik hoefde alleen maar in te stappen, zo werd er gezegd. Maar een paar dagen voor het feestelijke vriendinnenweekend werden er via de groepsapp allerlei wilde plannen voor die dagen gemaakt, die ook nog eens heel duur waren. Sushi eten, shoppen, een bezoek aan de sauna of het casino. Ik zag het ene na het andere bericht voorbijkomen en werd er heel ongelukkig van. Ik had helemaal niets leuks om aan te trekken, geen geld in mijn portemonnee en het idee om een heel weekend op andermans zak te teren, was ook niet iets om naar uit te kijken.

“Ik was enorm bang dat ze me zou betrappen”

Elke euro die ik zou opmaken, was zonde van mijn geld. Ik moest voor mijn jongste de voetbalcontributie nog overmaken en mijn oudste klaagde al weken over te krappe schoenen. Het huilen stond me nader dan het lachen. Er zat niks anders op dan me ziek te melden, dacht ik. Op die donderdag kwam ik weer bij mevrouw Van Manen in huis. Ze stond in een bloemetjesschort op een keukentrapje haar kastjes uit te soppen. ‘Je mot zeker thee’, zei ze knorrig. Ze liep naar haar voorraadkast om thee te pakken en ik ging alvast haar woonkamer binnen. Opeens viel mijn oog op een schaal die op haar dressoir stond. Er lag geld in, opgevouwen. Minstens tweehonderd euro, zo op het eerste oog te zien. Ik luisterde aandachtig hoe in de keuken de waterkoker werd gevuld. De kopjes rinkelden. Snel griste ik het geld uit de schaal. Mijn handen beefden. Ik was enorm bang dat ze me zou betrappen. Maar toen mevrouw Van Manen twee tellen later met de dampende theemokken de woonkamer kwam binnenschuifelen, zat ik gelukkig al netjes op de bank. Het geld brandde in mijn broekzak.

Alles ontkennen
Ik stal die dag 300 euro. En in plaats van het vriendinnenweekend af te blazen, genoot ik van een heerlijk dagje spa, bestelde ik naar hartenlust sushi en kocht ik een paar nieuwe, blitse schoenen voor mijn zoon. Ik had zelfs nog geld over om de sportclub te betalen. Om mijn schuldgevoel te sussen nam ik me voor om het geld, zodra mijn loon was gestort, terug te leggen. Tegen beter weten in natuurlijk. Ik had helemaal niets over nadat al mijn rekeningen waren betaald.

“Mijn bloeddruk ging meteen omhoog en het was alsof mijn keel werd dichtgeknepen”

De maandag na het weekendje was ik op kantoor voor een teamoverleg. Toen ik rond tienen de vergaderruimte uit wilde lopen om naar mijn auto te
gaan, hield mijn leidinggevende me tegen. ‘Ik wil je even spreken’, zei ze. ‘Over mevrouw Van Manen.’ Haar gezicht stond ernstig. Mijn bloeddruk ging meteen omhoog en het was alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Shit, ze waren erachter gekomen, dat kon niet anders. Ik moet alles ontkennen, dacht ik. Uiteindelijk bleek het gesprek helemaal niet over dat geld te gaan, maar over het welzijn van mevrouw Van Manen. Ze nam haar pillen niet op tijd en ging volgens haar dochter hard achteruit. Ik kreeg een beetje een standje: waarom had ik niet aan de bel getrokken? Ik vertelde dat ik niets had opgemerkt, niet anders dan anders. Opgelucht liep ik het kantoor uit.

Ongelooflijk stom
Het begon me op te vallen dat mevrouw Van Manen meestal op dinsdag geld pinde, als ze naar de markt ging om kaas te kopen. Ik ging op de woensdag, de dag waarop ik altijd bij haar was, vaak even naar de hal en controleerde ongezien haar jaszakken op ‘vergeten’ geld dat ik zo in mijn eigen zak stopte. Het is raar, maar na die eerste keer ging me dat steeds makkelijker af. Zelfs toen haar dochter me er weer een keer op aansprak dat haar moeder zo ontzettend veel geld opmaakte, loog ik glashard en zei ik dat ik van niets wist.

“Het dringt nu pas tot me door hoe ongelooflijk stom ik ben geweest”

‘Misschien moet je haar een weekbedrag geven en haar pinpas afnemen’, stelde ik nog voor. Maar mevrouw zelf weigerde die pas af te geven en het pinnen bleef doorgaan. In totaal heb ik 900 euro gestolen. Soms liet ik expres een paar briefjes in haar jaszak zitten om maar geen argwaan te wekken. Een paar maanden geleden heb ik, binnen de organisatie waarvoor ik werk, een andere functie gekregen. Ik ben er in salaris op vooruitgegaan. En mijn ex, die uit de schulden is, betaalt eindelijk alimentatie. Nu ik wat meer te besteden heb en mevrouw Van Manen en haar dochter niet meer spreek of zie, dringt het pas tot me door hoe ongelooflijk stom ik ben geweest. Ik ben ervan overtuigd dat zij het geld nooit echt heeft gemist en niet wist dat ze een dief in huis had. Toch klopt het niet wat ik heb gedaan. Hoe slecht ik er financieel ook voor stond en hoeveel geld zij ook op haar rekening had, ik had me nooit, maar dan ook nooit haar geld mogen toe-eigenen.”

Om privacyredenen zijn de namen gefingeerd.

Lees ook: In vertrouwen: “Ik wil alleen zijn geld, niet zijn liefde”

Tekst: Natasja Bijl l Beeld: Katelijne Verbruggen

Laatste nieuws

Zie ook