“Ben ik nou hoogbegaafd of gewoon gek”

Het was de vraag die bij Marion vaak door haar hoofd spookte...

Lees ook

Marion (35): “Ik was een pienter kind. Enorm leergierig ook. In groep 3 leende ik boeken uit groep 6 omdat ik alles al gelezen had. Op het vwo baalde ik ervan dat we pas na de zomervakantie nieuwe schoolboeken kregen. Het liefst dook ik er al eerder in. Iedereen had wel door dat ik slim was en makkelijk kon leren, maar hoogbegaafd? Dat kwam nooit ter sprake. Binnen het gezin was intelligentie ook geen onderwerp. Niet dat mijn familie nou zo dom is, maar ze hadden gewoon heel andere interesses.

Discipline
Mijn broers hebben bijvoorbeeld allebei de mavo gedaan, maar dat lag vooral aan hun gebrek aan discipline als het om school ging. Had ik eerder geweten dat ik hoogbegaafd ben, dan had ik waarschijnlijk meer uit mijn schooltijd kunnen halen. Nu las ik iets één keer door en haalde ik een voldoende. Dat was in mijn ogen ‘je best doen’. Dat studeren voor de meeste klasgenoten iets heel anders betekende, ontdekte ik pas tijdens mijn studie Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft. Dynamica was mijn struikelvak. Zoals altijd had ik de tentamenstof één keer doorgelezen en dat resulteerde in een 4,5, mijn eerste onvoldoende ooit. Huh? Er klopte iets niet. Toen ben ik voor het eerst van mijn leven écht gaan studeren en haalde ik een 10. Jarenlang had ik blijkbaar mijn potentie niet volledig benut.

Door dit soort gebeurtenissen begon ik natuurlijk wel te vermoeden dat ik hoogbegaafd kon zijn, maar tot mijn 27ste heb ik er niets mee gedaan. Ik vroeg me namelijk af of ik wel bij dat ‘clubje’ wilde horen. Mijn oom is ook hoogbegaafd en ik kende hem niet anders dan stilzwijgend op de bank. Hiermee bevestigde hij het beeld dat ik van hoogbegaafden had. Sociaal moeilijke types die meedoen aan wiskunde-olympiades en damtoernooien. Het clichéplaatje dat je altijd op televisie ziet, zeg maar.

“Sociaal moeilijke types die meedoen aan wiskunde-olympiades en damtoernooien. Het clichéplaatje dat je altijd op televisie ziet, zeg maar.” 

IQ-test
Het was een goede vriend die voorstelde om toch eens een test te doen. Ik had net ontslag genomen bij een bedrijf dat software ontwikkelt voor huisartsen.
Na drie jaar had ik alles wel gezien en geleerd, terwijl ik daar binnenkwam zonder de gevraagde informatica-opleiding. Ik was zoekende naar een volgende stap en misschien dat zo’n test
me daarbij kon helpen. Hij gaf me een 
boekje mee van Mensa (een internationale vereniging van en voor mensen
die bij een IQ-test in de bovenste 2% 
van de bevolking scoren red.) met
 daarin een thuistest. Als het je lukt
 deze binnen twintig minuten te 
maken, heeft het zin een officiële
Mensa-test te doen.

Ik zat toevallig net in de trein van Utrecht naar Amsterdam-Zuid, een ritje van precies twintig minuten. Voor de grap vulde ik de thuistest in. Na de laatste vraag keek ik naar buiten en zag ik dat we nog maar bij station Breukelen waren. Hierna besloot ik mezelf te laten testen. De kans dat ik zou slagen achtte ik zeer groot, toch was ik gespannen voor de uitslag. Stel nou dat ik niet hoogbegaafd ben, maar gewoon gek? Ik had mijn hele leven al het gevoel dat ik dingen anders zag dan anderen. Op school werd ik niet gepest, maar ik viel wel buiten het systeem. Ik hoorde niet bij de populaire groep en ook niet bij de stuudjes, want hard leren hoefde ik nooit. Dat ik anders ben, merkte ik ook op de werkvloer. Soms kwamen collega’s bij mij met vragen waarvan ik dacht: dat kun je toch zelf uitzoeken? Als ik het kan, kun jij het ook. Dat riep nog weleens irritaties op. Ergens hoopte ik het missen van deze aansluiting met anderen te kunnen verklaren na de test.

“Stel nou dat ik niet hoogbegaafd ben, maar gewoon gek?”

Veel te eigenwijs
Mijn kijk op hoogbegaafden is veranderd nu ik zelf lid ben van Mensa. Er lopen zeker types rond die denken dat de wereld hen niet begrijpt. Of die de wereld zelf niet begrijpen. Maar er zijn ook zat mensen die zeggen: ‘Ja, ik ben intelligent, maar laten we nu iets leuks gaan doen.’ Met dezelfde nuchterheid kijk ik ernaar. Maar tegelijkertijd geef ik toe dat het ook een uitdaging kan zijn, op verschillende vlakken in het leven. Tijdens mijn studie haalde ik bijvoorbeeld voor veel vakken geen hoge cijfers, simpelweg omdat ik veel te eigenwijs ben en niet klakkeloos uitvoer wat er wordt gevraagd. Afstuderen was om diezelfde reden ook vreselijk. Ik botste enorm met mijn afstudeerbegeleiders. Ik wilde een informatievoorzieningssysteem ontwerpen voor dorpsdokters op het platteland van China. Mijn begeleiders hadden voor ogen dat het een fysiek product moest worden, een concreet ding. Dat was niet waar ik behoefte aan zag, dus werd het een netwerksysteem.

Ik doe wat ik denk dat nodig is, ook al is het niet mijn taak, en denk ik daarbij vaak out of the box. Dat wordt helaas niet altijd gewaardeerd. Een ander struikelblok op werkgebied is dat bijna alle bedrijven mensen inhuren om wat ze kunnen. Maar als hoogbegaafde wil je juist een baan waarin je iets nieuws leert en doet. Of ze zoeken vijf jaar aan werkervaring, terwijl iemand die snel leert dezelfde kennis in één jaar kan opdoen.”

Lees het hele verhaal van Marion in het septembernummer van Marie Claire. Het septembernummer bestel je hier

Tekst: Marieke Ordelmans

Lees ook: In vertrouwen: ik slikte 200 laxeerpillen per dag

Laatste nieuws

Zie ook