Dit is waarom je je huis niet moet opruimen

Opgeruimd staat netjes. Maar eerlijk gezegd: het is best saai, toch?

Lees ook

Prima hoor, dat iedereen tegenwoordig aan het ontspullen is. Als die Marie Kondo-fanaten journalist Alice van Essen maar met rust laten. Ze is perfect gelukkig in haar huis vol spullen en met haar uitpuilende kledingkast.

En opeens was het niet meer bon ton om je nieuwste aankopen te showen. Ik merkte het toen ik onlangs een vriendin tegenkwam in de stad. Voldaan liep ik te zeulen met vier of vijf papieren tassen, allemaal van verschillende winkels, en ik denk dat ik glom van geluk met zo veel nieuws waarin ik binnenkort zou verschijnen. Maar toen ik even daarna in een koffietentje op het punt stond om haar de inhoud van de derde tas te laten zien, hield iets in haar blik me tegen. Keek ze – zelf toch ook niet vies van mooie spullen – nou afkeurend? “Voelt het nou nog wel goed om zoveel te kopen?” vroeg ze een beetje zuinig. “Ik merk dat ik sinds Marie heel anders met mijn spullen omga”, vervolgde ze. “Ik heb al mijn kasten uitgemest en heb genoeg aan mijn klassiekers en enkele goeie basisstukken. Doordat ik beter zie wat ik heb, heb ik veel minder behoefte aan iets nieuws. Ik koop nog amper wat. Die overzichtelijke stapels, dat is zo kicken! En dat gevóel als ik weer een paar volle tassen bij de kringloopwinkel aflever! Moet je ook eens proberen”, voegde ze eraan toe.

Minimalistische sekte
Enigszins uit het veld geslagen door de verandering die had plaatsgevonden in mijn voorheen kooplustige vriendin, propte ik mijn nieuwe aanwinsten thuis snel in de kast. Was ik echt zo slecht bezig? En erger: was ook deze vriendin bezweken voor de Marie Kondo-terreur? Op mijn werk moest ik ook al telkens aanhoren hoe fijn de collega’s weer hadden opgeruimd en hoeveel winst ze wel niet maakten op Marktplaats. En toen zelfs een goede vriend me in de kroeg trots vertelde dat zijn hele huis weer ‘sparkelde’ door de Kondo-methode – hij had alle jassen van de kapstok op bed uitgestald, ze één voor één bekeken en bedacht hoe lang ze al niet waren gedragen, en daarna hingen er nog maar twee jassen – was de maat voor mij vol. Sinds wanneer is het verboden om te genieten van je, al dan niet overdadige hoeveelheid, spullen? Waarom wordt spul alleen nog gezien als ballast, als iets wat tijd en geld kost? In plaats van iets wat met zorg is uitgekozen en waarvan je intens gelukkig kunt worden, alleen al door ernaar te kijken? En wat is het toch met die ontspullers en hun zendingsdrang om iedereen te bekeren tot minimalisten? Ze vergallen mijn koopplezier. En alsof dat niet erg genoeg is, zie ik juist steeds meer redenen om de opruimtrend niet te volgen.

Zoals Einstein al zei: “Als een rommelig bureau staat voor een rommelige geest, waar staat een leeg bureau dan voor?”

Slanker dankzij opruimen?!
Het kan zelfs de ergste hoarder niet ontgaan zijn dat er al enige tijd een straffe opruimwind staat. De hele wereld lijkt in de ban van opruimen onder aanvoering van dé strijdster tegen rommel: Marie Kondo. De Japanse opruimkoningin runt een adviesbureau om mensen te leren hoe ze hun rommelige huizen kunnen veranderen in ruimtes vol rust en inspiratie. De sleutel tot succesvol opruimen is om alleen die spullen te bewaren waar je echt van houdt, en de rest weg te doen. Omdat de wachtlijst voor haar persoonlijke opruimdienst opliep tot wel drie maanden, besloot ze een boek te schrijven: Opgeruimd, over haar KonMari-methode. Zodat er nu geen enkel excuus meer is – voor niemand – om geen georganiseerd en opgeruimd huis te hebben. Althans, als je te werk gaat volgens haar strenge regels: trek alles uit de kast, spreid het uit op de grond en bekijk per stuk wat je ermee gaat doen. Brengt het je vreugde, dan mag het blijven. Voel je niks, dan is er geen genade: weg ermee (vergeet overigens niet om je afgedankte spullen stuk voor stuk te bedanken – Marie is aan de zweverige kant). Wees nooit sentimenteel en denk niet: ooit wordt dit nog handig, want dat slaat nergens op. Op papier staat sowieso de doodstraf, want dat scan je in en gaat vervolgens de papierbak in (ook lieve briefjes en kindertekeningen). En voor gekregen cadeautjes bestaat ook geen genade, die doe je gewoon weg (dat is niet misdadig, dat is opruimen).

Door ons huis aan kant te maken, maken we korte metten met de tegennatuurlijke toestand waarin we allerlei dingen bezitten die ons niet blij maken en die we niet nodig hebben. Marie gaat zelfs nog verder: ze belooft een strakkere buik als je overtollige kleren wegdoet, een stralender huid als je cosmetica de prullenbak in smijt en een helderder hoofd als je boeken en paperassen door de versnipperaar haalt. Kortom, niets maakt een mens gelukkiger dan opruimen. Hmm, strakke abs door alleen wat kleding weg te doen, dat klinkt me als muziek in de oren. Maar Marie, geloof je het zelf? Begrijp me niet verkeerd, ik heb er niks op tegen om af en toe de boel uit te mesten, want die stapels kranten op de bankleuning en die rommella met opladers, batterijen, elastiekjes en oude bonnetjes stromen natuurlijk regelmatig over. Alleen vraag ik me af of we niet wat zijn doorgeslagen in de opruimmanie. Volgens mij hebben veel mensen dierbare spullen aan de straat gezet om daar later spijt van te krijgen. En nog zoiets: waarom zou je je louter omringen met spullen die je blij maken? Thuis om je heen kijken en zooi zien die je niet direct vervult met vreugde, lijkt me de perfecte metafoor voor het leven zelf. 

“Om je heen kijken en zooi zien lijkt me de perfecte metafoor voor het leven”

Creatieve chaos
Er blijken meer redenen waarom we Marie Kondo niet al te klakkeloos moeten volgen. Zo is de Britse econoom en journalist Tim Harford juist een voorstander van een rommelige, chaotische omgeving, omdat het je creativiteit zou bevorderen. In zijn TED Talk ‘Hoe frustratie ons creatiever kan maken’ vertelt hij hoe de Amerikaanse jazzmuzikant Keith Jarrett tijdens een concert, op een te kleine, valse piano, zijn mooiste en bestverkochte jazzalbum ooit maakte. Doordat hij moest improviseren – om de slechte toetsen te vermijden en genoeg volume te produceren om de grote zaal te vullen – gaf hij een ander concert dan anders. Het was dynamisch, de energie spatte ervan af en het publiek vond het geweldig. Maar net als voor een muzikant kan het ook voor mensen op kantoor goed uitpakken om in een niet al te overzichtelijke en geordende omgeving te werken. Niet de collega’s met een clean desk, maar juist degenen achter troeperige bureaus vol papierstapels en koffiemokken blijken het creatiefst te zijn. Zij komen vaker met oplossingen die net even anders zijn, beschrijft Harford in zijn boek Messy. How to be creative and resilient in a tidy-minded world. Mensen zijn niet op hun best wanneer ze alles netjes op orde hebben, maar wanneer ze over een juiste mix van orde en wanorde beschikken, meent hij. Want juist die rommel en chaos kunnen leiden tot nieuwe vondsten en ideeën, doordat je op zoek moet naar andere oplossingen. En laten dat nou vaak de situaties zijn waarin je boven je eigen niveau uitstijgt. Waarmee Harford maar wil zeggen: troep kan je leven verrijken.

Weg met weggooien
Nog zo’n pleitbezorger voor de nodige rommel in het leven is Jennifer McCartney. Deze journalist uit New York kun je gerust de anti-Marie Kondo noemen. In haar satirische boekje The joy of leaving your sh*t all over the place legt ze uit hoe een zekere mate van troep je huis juist chic maakt en dat het zonde van je tijd is om je druk te maken over rommel. McCartney adviseert iedereen te stoppen met van alles weg te gooien tijdens aanvallen van opruimwoede. Ze geeft eerlijk toe dat ze na het lezen van Kondo’s boek aanvankelijk ook bevangen was door het opruimvirus. Maar ze realiseerde zich al snel dat een opgeruimd leven maar heel even werkt, dat je daarna gewoon je eigen troep weer moet omarmen, zonder schuldgevoel. En waar je je al helemaal niet schuldig over zou moeten voelen is shoppen. Want winkelen, zegt McCartney, is gewoon fun. En waarom zou je niet een beetje lol in je leven mogen hebben? Het is al kort genoeg en jij doet ook maar gewoon je best om er wat van te maken. Daarom mag je soms best iets kopen wat je niet nodig hebt. En denk eraan: dit pleziertje laat je je niet afnemen door onzinpraat over minimalisme.

She’s my kind of girl, deze Jennifer McCartney, dat mag duidelijk zijn. En om nog maar even een historisch persoon van statuur aan te halen die zelf bekendstond om zijn rommelige bureau: Einstein. Zijn uitspraak ‘Als een rommelig bureau staat voor een rommelige geest, waar staat een leeg bureau dan voor?’ lijkt heel toepasselijk in deze discussie. Het pleit ervoor om niet al te krampachtig vast te houden aan orde, netheid en een strakke organisatie, omdat rommelig denken en doen zo zijn voordelen heeft. En als iemand dit heeft bewezen, is het Einstein wel.

Om je heen kijken en zooi zien lijkt me de perfecte metafoor voor het leven

Lekker laten gaan
Het doet me goed om te merken dat een opgeruimd huis en strakke stapels in de kast niet voor iedereen het hoogst haalbare zijn in het leven. Te veel spullen en rommel hebben, heeft ook een functie: ze confronteren je met jezelf, je wordt uitgedaagd om andere oplossingen te vinden. En hoera, geluk is niet alleen weggelegd voor geordende types met een minimalistisch huis. Al mag iedereen natuurlijk doen wat-ie wil. Ik denk maar zo: er zijn rommelige types en er zijn opgeruimde types en volgens mij moet je vooral niet proberen iets te worden wat je niet bent (hallo, eerdergenoemde vriendin, lees je dit ook?). Aan al die mensen voor wie het een obsessie is geworden om hun huis zo leeg mogelijk te houden: laat het gaan. Je spullen vertellen immers een stuk van je levensverhaal. Souvenirs, lelijke cadeautjes, knutselwerkjes: het voelt toch heel anders om ze af en toe op te kunnen pakken (en af te moeten stoffen), dan te weten dat ze in een fotomap op je computer staan. Al is het maar omdat ze je herinneren aan een fijne vakantie, een mooie vriendschap of een droom die je nog hebt. Spullen, ja spullen, maken dus écht wel gelukkig.

Tekst: Alice van Essen | Beeld: iStock

Laatste nieuws

Zie ook