Esther Madudu heeft een heftig beroep: ze is verloskundige in Afrika

De Oegandese verloskundige Esther Madudu begeleidt zo’n 3 à 4 bevallingen per dag. Dat is zwaar maar belangrijk werk.

Lees ook

“Als we al een ambulance hebben, moeten we ’m vaak nog even aanduwen”

De Oegandese verloskundige Esther Madudu begeleidt zo’n 3 à 4 bevallingen per dag. Dat is zwaar maar belangrijk werk: elk jaar overleven veel vrouwen in Afrika hun bevalling niet, simpelweg door een gebrek aan verloskundigen.

Jaarlijks sterven er in Sub-Sahara Afrika zo’n 162.000 vrouwen tijdens hun zwangerschap of bevalling. Het is doodsoorzaak nummer één bij tienermeisjes. En dat terwijl professionele begeleiding door een verloskundige 80 (!) procent van deze sterfgevallen kan voorkomen. Als een goed opgeleide verloskundige de bevalling begeleidt, is de sterftekans maar liefst zes keer zo klein. Het probleem? Er is een enorm te kort aan goed opgeleid medisch personeel, vooral op het platteland.

Esther voert nu samen met organisaties als Amref Flying Doctors actie om de moedersterfte terug te dringen en meer verloskundigen op te leiden. Wij spraken haar tijdens een bezoek aan Nederland.

Waarom besloot je verloskundige te worden?
“Ik groeide op als een nieuwsgierig meisje en vroeg me altijd af wat al die vrouwen met dikke buiken toch aten. Toen ik een keer met mijn oma – een traditionele vroedvrouw – mee mocht, begreep ik het. In die tijd vonden de meeste mensen onderwijs aan meisjes verspilling, maar gelukkig steunde Amref Flying Doctors mij en kon ik starten aan de driejarige opleiding.”

Welke uitdagingen en problemen kom je dagelijks tegen als verloskundige in Oeganda?
“Ons vak is in Afrika letterlijk een kwestie van leven en dood. Allereerst zijn we met veel te weinig mensen en werken we te veel uren achter elkaar. Ter vergelijking: in Nederland begeleidt een verloskundige 105 zwangerschappen, geboortes en kraambedden per jaar, in Oeganda zo’n 500. Vaak is er geen donorbloed beschikbaar. Het komt regelmatig voor dat áls we al een ambulance hebben, we die nog even moeten aanduwen. Ik ken zelfs collega’s die uit eigen zak benzine betalen, omdat ze die vrouw en baby niet willen laten zitten. Het komt bij ons ook voor dat kraamvrouwen een week het ziekenhuis gaan schoonmaken, omdat ze de behandeling niet kunnen betalen. Apparatuur is meestal slecht en vaak is er ook onvoldoende plek om te slapen. Veel kraamvrouwen willen niet eens naar een ziekenhuis, omdat het er door het tekort aan mensen en middelen vaak onveiliger is dan thuis. Thuis is het in elk geval nog vertrouwd.”

Kun je een bijzonder moment uit jouw carrière beschrijven?
“Er zijn dagen dat ik lange afstanden moet lopen om moeders op te vangen die niet meer naar het gezondheidscentrum kunnen komen, om ter plaatse te ontdekken dat ze al zijn bevallen. Een keer vond ik een barende vrouw naast een moeras. Het hoofdje van de baby kwam al naar buiten en omdat ze zo dicht bij het water stond, verdronk ze bijna haar eigen baby. Het was een angstaanjagend gezicht. Geen enkele vrouw zou zoiets moeten meemaken. Gelukkig was ik er op tijd bij en kon ik haar naar het gezondheidscentrum begeleiden.”

Wat motiveert je om elke dag zo hard te werken?
“Mijn drijfveer is dat moeders op een respectvolle wijze hun kind ter wereld kunnen brengen. Ik maak lange dagen van meer dan 13 uur, maar ik vind dat niet erg. Ik zie mijn werk als een zegen. Het is van levensbelang dat er meer goed opgeleide verloskundigen komen.”

Wil je nog iets zeggen tegen (zwangere) vrouwen in Nederland?
“Ik ben zelf ook moeder. Twee keer heb ik de pijn ondergaan, ik weet hoe het is om een baby op de wereld te zetten. Ik heb een prachtige dochter en zoon. Dus ik zou zeggen, geniet van je zwangerschap en gezin. In Afrika is het niet vanzelfsprekend dat je kinderen gezond op de wereld kunt zetten. Ik hoop dat vrouwen in Nederland blij zijn met alle verloskundige hulp die hier aanwezig is.”

Laatste nieuws

Zie ook