Dagboek van Shilan’s strijd tegen IS | DEEL 2

De Nederlands-Koerdische Shilan Hamid (25) vecht in Irak tegen de opkomst van terreurgroep IS. Exclusief aan Marie Claire vertelt ze hoe het haar verg

Lees ook

De Nederlands-Koerdische Shilan (25) vecht in Irak tegen de opkomst van terreurgroep IS. Exclusief voor Marie Claire tekent journaliste Renée Lamboo-Kooij iedere week Shilan’s ervaringen op bij de Koerdische strijders, de Peshmerga op. Deze week ging Shilan voor het eerst naar het front. “Ik begon van de zenuwen te lachen toen een bom net naast ons viel.”

“Ik stond ’s ochtends vroeg op. Het was nog donker toen ik werd opgehaald. Ik keek al lang uit naar mijn eerste dag aan het front. Vandaag zou ik oog in oog met IS komen staan. Doodeng, ja, maar ik had er ook zin in. Hoe gek het ook klinkt. Al weken word ik getraind om mee te kunnen vechten, daar was ik voor gekomen. We reden naar een dorp dat in handen van IS was. Ik zat achterin de auto en dacht aan het gevaar dat we nu al liepen. We konden beschoten worden of over een mijn rijden. Bam, dan waren we er in een klap niet meer. Ik zei in mijn hoofd tegen mezelf; ‘Accepteer het.’ Ik kon niet de hele tijd bang zijn voor de dood. We stopten bovenop een heuvel, waar we moesten wachten op nadere orders. De Peshmerga’s daagden me uit. Ze zetten een fles neer en zeiden dat ik erop moest schieten. Ik pakte mijn wapen, richtte en pats. Er zat een gat in. Ze lachten, gaven me complimenten en riepen dat ik er klaar voor was. ‘Een echte strijder,’ zeiden ze. Misschien twijfelden ze daar stiekem aan, omdat ik uit Nederland kom.

Shilan Hamid

Bukkend rennen
We mochten verder rijden. Iedereen werd stiller, alerter. Ook ik. Ik hoorde het geluid van bommen en zag ze verderop vallen. Opeens kwam er een groep mensen op ons af lopen. Ze hadden een witte stok bij zich met een witte doek eraan. De witte vlag, een teken dat ze in vrede kwamen. Het waren ouderen, kinderen en vrouwen. Ze vertelden dat ze de bergen in waren gevlucht voor IS en nu terug wilden keren naar hun huizen.

“We werden beschoten en ik dacht aan mijn pakje drinken in de auto”

Opeens werd er op ons geschoten. We reden in volle vaart een stuk terug. Achter ons zag ik de groep mensen in paniek. Ze probeerden hun kinderen op te tillen en renden gebukt weg, zo hard ze konden. Volgens mij raakte niemand gewond, maar ik kon wel huilen. Niet om mezelf, ik heb ervoor gekozen om hier te zijn, maar om hun. Dat ze in zoveel angst moesten leven. Er waren baby’s bij, sommige niet ouder dan een paar maanden. Wat konden zij fout hebben gedaan om dit te verdienen? De auto stopte en we moesten erachter schuilen. Ik probeerde mijn wapen boven de auto te tillen en terug te schieten. Maar ze waren te ver weg. Mijn hart bonkte en mijn mond was gortdroog. Ik dacht aan het pakje sinaasappelsap dat ik op de achterbank van de auto had liggen. Kon ik maar iets drinken.

“Ik had het nooit verwacht, maar het geweld went”

Het is alsof het gevaar went, het geluid van de schoten. Dat had ik nooit verwacht. Toen het stil werd en de schoten stopten, stapten we weer in auto en reden snel verder naar het andere team. Ik pakte mijn drinken en genoot van het sap. In de verte zag ik hoe bommen uit vliegtuigen vielen. De angst zakte weg. We zijn niet alleen, zag ik. We worden geholpen.

Shilan Hamid

Lachen om bommen
We bleven een week aan het front en sliepen in een verlaten huis. De eerste nacht deed ik geen oog dicht. Ik moest alles wat ik gezien had verwerken. Ik dacht aan mijn ouders en hoe bezorgd ze moeten zijn. De volgende nacht sliep ik een paar uurtjes, maar werd wakker van het geluid van vallende bommen. Hoe moe ik ook was, daar kon ik niet doorheen slapen. Wat ik heb gezien de afgelopen dagen vergeet ik nooit meer. Hoe we achter heuvels van zand lagen te wachten tot IS dichterbij kwam, toen er opeens een bom viel. Misschien een paar meter bij ons vandaan. Ik begon te lachen. Het waren waarschijnlijk de zenuwen en het idee dat ik dood had kunnen zijn. Ik was opeens ook bang om een been te verliezen, wat ik al zoveel had gezien in het ziekenhuis. Of om een van mijn mede-peshmerga’s te zien sterven. We brengen zoveel tijd door, we lachen en praten urenlang, waardoor onze band sterk is geworden. Ik bid vaak, voor mijn familie en vrienden thuis, voor mijn eigen veiligheid en ook voor die van hun.

Ik ben nu een paar dagen terug van het front. We mochten even bijkomen. Morgen gaan we weer. Ik wil graag maar blijf me bewust van het gevaar. Misschien kom ik niet terug. Ik wil het niet denken, maar het lukt me ook niet om het te vergeten.”

Hoe & waarom dit verhaal?
In het januari issue volgden we een groep bevlogen vrouwelijke peshmerga’s in hun strijd tegen IS, en interviewden we de Nederlands-Koerdische Shilan vlak voordat ze zich bij hen zou aansluiten. Ondanks het feit dat deze vrouwen ook bloed aan hun handen hebben, vinden we het belangrijk om te laten zien hoe zij vechten om hun zussen en vriendinnen te bevrijden van de verschrikkingen van de jihadi’s. Lees hier het hele artikel en volg Shilan’s dagboek elke week op marieclaire.nl

Laatste nieuws

Zie ook