Ladies Who Lunch met onze Olympische helden Ranomi, Edith en Marit

We waren er vroeg bij! Een miljoen euro of Olympisch goud? Ranomi: «Olympisch goud, daar hoef ik echt niet over na te denken. Marit: «Olympisch goud

Lees ook

We waren er vroeg bij! Want een paar maanden geleden lunchten we al met de drie grote beloftes voor de Olympische Spelen: Edith Bosch, Ranomi Kromowidjojo en Marit Bouwmeester. Hier het gesprek met deze uiterst gedreven en sportieve dames (verschenen in ons meinummer.) Ranomi: ‘Sport is mijn leven dus nee, ik drink dat ene wijntje niet.’

Een miljoen euro of Olympisch goud?
Ranomi: «Olympisch goud, daar hoef ik echt niet over na te denken.»
Marit: «Olympisch goud natuurlijk.»
Edith: «Ik ook. Al bied je tien miljoen, Olympisch goud is niet in geld uit te drukken. Deze medaille is het ultieme wat je kunt behalen. Ik denk ook dat hier weer dingen uit voortkomen. Misschien geen miljoen, maar genoeg om het leuk van te hebben.»
Ranomi: «Goud opent deuren. Als je wint verdien je echt wel wat.»

Hoe voelt winnen?
Edith: «Als je iemand werpt komt er een onwijze ontlading. Dan ga je schreeuwen, juichen. Vroeger studeerde ik wel eens in hoe ik zou juichen als ik zou winnen.»
Marit: «Voor de spiegel?»
Edith: «Nee, vooraf op de mat, met mijn moeder op de tribune. Kijk mam, ik ga het zo doen. Als je wint, krijg je een warm gelukzalig gevoel, dan zit ik gewoon te glunderen. Wow, dit is echt goed. Ik ben wereldkampioen.»
Ranomi: «Bij zwemmen is het anders. Je tikt aan, doet je bril af en kijkt naar het scorebord. Pas dan zie je een 1 achter je naam staan en hopelijk WR (wereldrecord, JtV), en denk je: yes! De eerste minuut ben je zo intens gelukkig, dan let je ook niet op al die pers en de camera’s. Pas later, als je het terugkijkt denk je: wat heb ik nou weer gedaan?»
Edith: «Maar hoe is het voor jou, Marit. Jij moet van de boot af?»
Marit: «Ik ben nooit zo uitbundig. Ik kreeg vaak de kritiek: jij juicht nooit, dus toen heb ik het een keer geoefend voor de spiegel. Toen ik eind 2011 wereldkampioen werd, had ik een big ass smile.»

Waarom zijn jullie zo goed?
Edith: «Mijn leven draait om keuzes en opofferingen. Anders haal je de top niet. Ik ben mega-egoïstisch op veel momenten. Hoe oud zijn jullie? Begin 20? Ik ben 31 en kom nu op een leeftijd dat het begint te wringen. Ik heb 6 neefjes en nichtjes en ik zat bij 4 van hun geboortes in het buitenland. Op dat moment accepteer je dat, maar hoe ouder je
wordt hoe moeilijker dat is. Maar dat is ook de reden waarom ik zo goed ben. Dat je geen concessies doet. Zes dagen per week zit ik op dieet. Naar verjaardagen neem ik zelf eten mee. Mensen vinden dat heel extreem, maar het is een way of life. Geen taart eten is
echt de minste opoffering. Het zijn vooral keuzes in relaties of vriendschappen die het zwaar maken.»
Ranomi: Sport is mijn leven dus nee, ik drink dat ene wijntje niet. Vriendinnen vragen ook niet meer of ik mee op vakantie wil. Het verschil tussen de top en subtop is denk ik dit: dingen doen is niet zo moeilijk, veel mensen kunnen hard trainen, maar juist dingen laten. Als er bijvoorbeeld een dierbare zou sterven tijdens de Olympische Spelen ga ik er
niet voor terug.»
Edith: «Dat hebben wij ook vastgelegd. Als er iets met iemand gebeurt, wil ik het pas na de Spelen horen.»

Hoe zit het met opofferingen in de liefde?
Edith: «Ik heb een relatie gehad die over is gegaan omdat ik topsporter ben. Dat deed pijn, want ik was heel verliefd. Maar als iemand niet begrijpt dat dit je leven is, of niet de tijd heeft om op je wachten, dan is het onmogelijk.»
Marit: «Ik heb altijd gezegd: ik wil geen relatie. Er komen gevoelens bij kijken en wat als iemand moeilijk gaat doen? Je weet niet hoe je daarop gaat reageren. Als sporter wil je alles onder controle hebben, de liefde ook. Maar ik ben er toch ingetrapt. Mijn vriend is Ben Ainslie, wereldkampioen zeilen. Hij maakt me sterk omdat we veel over sport
kunnen praten, maar het maakt me ook zwak. We zijn pas een jaar samen.»
Edith: «Dat is leuk, dan ben je verliefd, dat geeft een boost!»
Marit: «Nou, ik heb er wel goed over nagedacht. Wil ik dit, passen we bij elkaar? Zal hij niet een maand voor de Spelen zeggen: ik heb een ander? In het begin weerde ik hem af, maar dat werkte ook niet, want ik wilde het liefste bij hem zijn.»
Ranomi: «Ik heb nu geen relatie. Het is niet dat het niet mag, maar hij moet achter de keuzes staan die ik maak. Bij de Spelen in Peking had ik een leuke jongen ontmoet, ook een topsporter. Maar ik wilde geen trainingen voor hem overslaan, dus ging het uit. Zwemmen is heel arbeidsintensief; ik train 25 uur per week, zes dagen per week. Je zit in een klein wereldje.»
Edith: «Je gaat niet de man van je leven tegenkomen.»
Marit: «Nou, je hebt wel meteen een vleeskeuring. Je ziet meteen zijn lichaam.»
Ranomi: «Die Spelen, vooral de tweede week, zijn echt een datingmarkt. Dan gaan alle remmen los. Dat is ook het eerste moment dat je weer oog hebt voor anderen.»

Jullie zijn zo gespierd, zijn er kleren die je niet past? Of mag je niet op hakken lopen vanwege blessuregevaar?
Ranomi: «Het mag wel, maar het is zo oncomfortabel om na een training je pumps aan te trekken.»
Edith: «Voor een etentje trek ik hakken aan, maar geen tien centimeter, daar kan ik niet op lopen. En je zult me ’s zomers nooit meer zien in een tanktopje. Ooit vroeg een man: ben jij soms bodybuilder?»
Ranomi: «Terwijl jij prachtig gespierd bent. Ik heb een heel rare maat. Mijn schouders zijn breed, maar mijn taille is smal Bloesjes staan me echt niet. Daarvan pas ik XL, maar dat ziet er rond mijn middel niet uit. Als ik tijdschriften doorblader zucht ik bij alles: dat staat me niet, dat ook niet. Supertrash heeft wel vaak kleding die ik pas.»
Edith: «Ik draag graag Drykorn en jasjes van Hans Ubbink. Maar Diesel-broeken kan ik niet aan, die zijn altijd te klein. Wat heb ik eigenlijk een dure smaak.»
Marit: «Ik ook hoor. Ik reis zoveel en mag maar 20 kilo mee, dan wil je wel een kledingstuk dat niet al na één keer wassen kapot is. Ik houd van Diesel en G-star-jeans met een leren jasje erop.»
Edith: «En we zijn toch ook gewoon vrouwen, kom op zeg, we zijn ijdel. Ik ga ook niet zo snel meer in sportkleding op straat.»

tekst Jonna Ter Veer
fotografie Robin de Puy @ Sticky Stuff

Laatste nieuws

Zie ook