1. Doe als op een eerste date
Je kans op slagen is groter als je een winkel binnenstapt zonder gericht doel of verwachtingen. Het helpt wél als je je voorkeuren kent. Eindeloos graven in een kilo store is niet iedereens ding (al liggen daar wel een hoop parels verstopt). Misschien ben je meer het boetiektype, waar het aanbod opgeruimder is. Start altijd met de items die makkelijk voor je zijn: bijvoorbeeld bloezen en jasjes in plaats van broeken. Skip de kleuren die je toch nooit draagt. Dat soort trucs helpen om je hoofd koel te houden – en toch loont het soms ook om verder te kijken. In een rek vol kleding zie je nooit meteen of er iets voor je bij zit.
2. Ken je adresjes
Je kunt veel zoektijd besparen door te registreren waar welke vintage winkels zich in specialiseren. Ketens zoals Episode en Zipper kopen in in heel specifieke categorieën, zoals ‘90’s sportjasjes’ en ‘Levi’s jeans’. Grote kans dat je daar dus wél slaagt voor een nieuwe spijkerbroek, maar niet voor een gelegenheidsstuk zoals een little black dress. Daarvoor moet je op zoek naar een meer high-end boetiek, waar het assortiment met de hand is uitgekozen (hand picked) en niet in grote volumes is ingekocht (bulk). Vaak is het aanbod daar wat prijziger, maar ook van een mooiere kwaliteit.
3. De stof geeft veel informatie
Waar je ook zoekt – op een rommelmarkt, in een boetiek of online – let op de stof. Het is de belangrijkste indicatie van de kwaliteit van een stuk. Wol (waaronder luxe varianten als kasjmier, mohair en alpaca), linnen, leer en zijde kosten nieuw meer dan katoen en synthetische stoffen als polyester, viscose, acryl of nylon. Vroeger werden die kwaliteitsstoffen vaker gebruikt, daarom heb je aan de wat oudere vintage vaak een goede deal.
4. Leer labels lezen
In de labels zitten een hoop clues vaak sierlijke, handgeschreven (script) lettertypes. Met de opkomst van de hippiecultuur (1970) verschijnen er speelsere en kleurrijke label-designs. Let ook op het ‘Made in’-label. Zo was Hongkong in de jaren 50 een van de eerste landen waar westerse merken hun productie uitbesteedden. In de jaren 60 volgden Zuid-Korea en Taiwan en in de jaren 70 Bangladesh. China, waar nu zo gigantisch veel geproduceerd wordt, komt pas op in de jaren 80. Al is het waarschijnlijker dat een kledingstuk met ‘Made in China’ van na 1990 is.
5. Spot het plastic
De uitvinding van plastic vezels heeft de kledingindustrie indertijd flink op zijn kop gezet. En kijken of ergens plastic in is verwerkt, kan je helpen om je vintage vondst te dateren. Vanaf de jaren 50 komen er veel plasticproducenten in de markt met eigen merknamen als Olefin, Kodel, Elura, Diolen, Qiana en Crimplene. Die namen worden nu niet meer gebruikt, maar tegenwoordig herken je plastic aan de stofbeschrijving: polyester, pvc, polyurethaan. Pas vanaf halverwege de jaren 60 werd het metaal in de hardware (ritsen, haakjes etc.) ook veelal vervangen voor plastic. Dus heb je een vintage jurk gevonden met een plastic rits? Grote kans dat-ie van na 1965 is.
6. Ken je neppers
Ik kocht ooit een jaren 80 Gucci-tas voor € 5. Die vondsten liggen nog steeds voor het grijpen, maar kijk uit voor nepperds. Hoewel de superfakes pas na 2000 opkomen, moet je ook bij oudere designerstukken scherp blijven. Begin met je in te lezen over het specifieke model. Inspecteer goed of de beschrijving overeenkomt. Check of de stiksels recht, regelmatig en níet dubbel gestikt of slordig afgewerkt zijn. En ruik en voel of de materialen niet plastic-achtig zijn. Authentieke hardware is van metaal (messing of verguld) dat verandert van temperatuur – plastic niet.
Twijfel je? Houd het even naast de airco of in de zon. De voering moet stevig en netjes gestikt zijn – zonder lijmsporen. Voorhet logo komt het lettertype en spatiëring heel nauw. Bij Louis Vuitton is de ‘O’ bijvoorbeeld perfect rond (en dus niet ovaal). In de ‘E’ van CHANEL is het onderste streepje het langst, het bovenste iets korter en het middelste het kortst. Na 1980 gingen dat soort merken ook codes gebruiken, die je kunt checken op het productiemodel, -jaar en -land.
7. Maten verschillen
Voel je niet rot als je bij vintage je ‘eigen maat’ niet past. Die afmetingen wijken af van de confectiematen van nu. Idealiter pas je vintage altijd even voor je het koopt, maar op een markt of online lukt dat niet altijd. Houd dan deze vuistregels aan:
- Jaren 90 valt 1 maatje kleiner
- Jaren 80 valt 1 à 2 maten kleiner
- Jaren 70 valt 1 à 2 maten kleiner
- Jaren 60 valt 2 à 3 maten kleiner
- Jaren 50 valt 3 à 4 maten kleiner
- NL Beeld