Fleur Launspach
Celebrity

Fleur Launspachs ex-verloofde was mogelijk een spion: 'Of hij er echt een was, weet ik tot op de dag van vandaag niet'

'Mijn plek was aan zijn zijde: glimlachen, pootjes geven, en het liefst zo snel mogelijk zorgen voor nageslacht.'

Fleur Launspach

"'Je weet wel dat hij een ‘spook’ is, hè?"'Daar was de vraag weer – de vraag die pas werd gesteld als zijn vrienden een borrel op hadden. ‘Spook’ is een Britse benaming voor spion: een geheim agent die werkt voor MI5 (binnenlandse veiligheid) of MI6 (buitenlandse inlichtingendienst). ‘Ja ja, dat weet ik’, lachte ik dan maar. Het klopt: mijn toenmalige Britse verloofde – inmiddels ex – zou een fantastische spion zijn. Of hij er ook echt een was, weet ik tot op de dag van vandaag niet.

Ik leerde hem kennen in het Midden-Oosten, in de sigarenlounge van een hotel. Hij werkte in de regio als zakenman, ik als journalist. Hij sprak vloeiend Arabisch, dat had hij gestudeerd aan de Britse elite-universiteit Cambridge. Een plek waarvan we weten dat veel studenten daar een tap on the shoulder krijgen – oftewel: worden gerekruteerd door de geheime diensten.

'Zijn leven bestond uit smoezen in achterkamers met hooggeplaatste contacten. (...) En ik werd geacht naast hem te zitten'

Na zijn studie vertrok hij naar Syrië en hij was toevallig ook in Libië toen het regime van Muammar Gaddafi viel. Toen ik hem leerde kennen had hij een PR- en lobbybedrijf in het Midden-Oosten, dat hij voornamelijk runde vanuit Qatar. Hij wist overal van, kende in elk land mensen in de politiek en in de zakenwereld. Zijn leven bestond uit smoezen in achterkamers met hooggeplaatste contacten: ambassadeurs, stakeholders, invloedrijke figuren. Hij vloog de wereld rond om deals te sluiten en netwerken uit te breiden. Etentjes in Qatar, Saudi-Arabië, Hongkong, Londen – en ik, als zijn wederhelft, werd geacht naast hem te zitten; mooi te zijn, in een avondjurk.

Een paar jaar lang genoot ik van dit leven. Ik was een jonge journalist van 29 en werd van mijn sokken geblazen door deze intrigerende, highflying man die ruim tien jaar ouder was. Hij vroeg me ten huwelijk op de grens van Congo en Rwanda, aan de voet van een vulkaan. Ik bevond me in een groots en meeslepend leven vol interessante figuren, chique diners met hooggeplaatst gezelschap, in de ene na de andere wereldstad.

Tot de glamour langzaam begon af te bladderen. Gesprekken voelden steeds oppervlakkiger. De eerst zo glanzende buitenlaag werd mat en kon niet langer afleiden van de werkelijkheid eronder. Ik zat in de passagiersstoel – als zijn compagnon, zijn accessoire. Mijn rol was hem te faciliteren: in vijfsterrenhotels wachten omdat hij zijn ontzettend belangrijke afspraken had. Wat ik deed, vond, wilde of voelde, deed er eigenlijk niet toe. Mijn plek was aan zijn zijde: glimlachen, pootjes geven, en het liefst zo snel mogelijk zorgen voor nageslacht.

Toen ik in Londen op een eigen drukke baan solliciteerde en niet langer mee de wereld over kon voor de fancy diners en deals, liep de relatie op de klippen. De droom spatte uiteen. Ik moest aan mezelf – en aan de gasten van onze afgeblazen bruiloft – uitleggen dat dit leven toch niet voor mij was weggelegd. Hoe fascinerend het ook was: als trophy wife van een internationale zakenman, of misschien toch een spion?

Ik koos voor een ander leven. Voor een eigen carrière. Minder glamour, maar wel autonomie. En ik heb er geen moment spijt van gehad."