"Als ik negen ben, mag ik dan een smartphone?" vraagt mijn dochter, die – oh horror – over een maand die leeftijd al bereikt. "Negen?! Weet je hoe oud ík was? 28! Tot die tijd had ik een telefoon waarmee ik alleen kon bellen en Snake spelen. Dus als jij een smartphone krijgt op je achttiende, is dat eigenlijk al heel snel." Dat is wat ik zou wíllen antwoorden, maar ik snap ook wel dat dat enigszins onredelijk is. Dus wat ik echt terug mompel, is een lafjes "Dat moet ik nog even met papa overleggen."
De waarheid is: ik kom er niet uit. De cijfers zijn duidelijk: gemiddeld krijgt een kind in Nederland een eerste mobiel op 9,2-jarige leeftijd (Monitor Mediagebruik 7 - 12 jaar). Gemiddeld is mijn dochter dus bijna aan de beurt. Maar wanneer is ze er kláár voor? Of eigenlijk: wanneer is íemand klaar voor zo’n ding? Ik ben de veertig gepasseerd en ik betrap mezelf – en mijn partner nog vaker – veelvuldig doomscroll-gedrag. Omdat ik wel erg vaak uurtjes in mijn dag kwijt was, besloot ik onlangs Facebook, Instagram en TikTok van mijn telefoon te verwijderen. En nu... zit ik ineens langer dan me lief is op LinkedIn.
Smart is het probleem
Laten we beginnen met het probleem. Want waarom is die smartphone voer voor discussie? Het probleem zit hem niet in phone. Een good old Nokia zou minder discussies opleveren dan een smartphone. In het feit dat de phone ‘smart’ is, zit hem de crux. De toegang tot het internet… Want online gebeuren nou eenmaal nare dingen. «In de huidige onlinewereld zorgen verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkige moderatie voor risico’s als verslaving, intimidatie, misbruik en fraude", zo valt er te lezen in het Coalitieakkoord 2026-2030 van D66, VVD en CDA. Tja, als je het zo stelt… Nee, daar wil je je kind natuurlijk niet aan blootstellen. En dus wil het nieuwe kabinet de minimumleeftijd voor sociale media op vijftien jaar zetten.
Dat is een goed begin, vindt de ouderbeweging Smartphonevrij Opgroeien, maar het gaat nog niet ver genoeg. Wat hen betreft gaat de hele smartphone in de ban bij de jeugd. Want, zo betogen zij: ook een smartphone zonder sociale media biedt elke minuut van de dag toegang tot het internet. Dat leidt af en gaat ten koste van de tijd die jongeren in de fysieke wereld doorbrengen, van het buitenspelen met vriendjes bijvoorbeeld. En dus krijgt mijn dochter wat hun betreft pas op haar veertiende een smartphone en een TikTok-account niet eerder dan zestien jaar. Oké, helder. Een duidelijke leeftijd: daar kan ik wat mee!
Magische leeftijdsgrens
Of toch... niet? Australië is ons al voorgegaan in een verbod op sociale media voor kinderen onder de zestien jaar – de leeftijd die Smartphonevrij Opgroeien ook het liefste ziet. Toch is het geen onverdeeld succes, weet Emily Jacometti van HackShield, een online platform dat kinderen tussen de acht en twaalf klaar- maakt voor een veilig leven online.
Door een game te spelen, leren ze gaandeweg alles over de gevaren die ze online tegen kunnen komen. HackShield werkt samen met de Australische politie. "Zij geven aan dat ze sinds het sociale media-verbod zien dat jongeren de leeftijdsverificatie gaan omzeilen. Ze downloaden daarvoor bijvoorbeeld allerlei apps via het dark web. Ze zitten dan nog steeds op die platforms, maar nu zonder dat je zicht op ze hebt", schetst Jacometti.
"Een kind een smartphone geven is als zwemles: je laat ze ook niet alleen in de zee zonder dat ze hebben leren zwemmen."
Niet zo zwart-wit
Ook wetenschappelijk gezien is het niet zo zwart-wit. Er zijn geen onderzoeken die aantonen wat de beste leeftijd is voor sociale media of een smartphone. Wat we wél weten, legt mediapedagoog Marije Lagendijk uit: is dat een kind van vijftien jaar doorgaans iets minder makkelijk openstaat voor overleg met ouders dan een basisschoolkind (Hallo, puberteit!). En dat is een probleem. Want wat gebeurt er vanaf die magische leeftijdsgrens? "Je laat ze dan los op zo’n platform dat nog steeds heel verslavend is en vol staat met ongeschikte content, op een leeftijd waarop je ze minder goed kunt begeleiden. Die combinatie is heel spannend", licht Lagendijk toe. "Zo’n verbod voelt veilig. Maar ik vergelijk het met zwemles. Je laat je kind ook niet los in de zee terwijl het nooit zwemles heeft gehad. Zo werkt het ook met sociale media."
Oké, dus ik moet mijn kind geleidelijk en onder begeleiding blootstellen aan het gevaar? Maar dat doen we toch ook niet met die andere verslavende geneugten zoals alcohol? "Nee", reageert Lagendijk, "maar stel dat je tien pubers allemaal een halve liter bier zou geven. Dan weet je één ding zeker: ze zijn allemaal bezopen." Volgens haar is het effect van sociale media niet zo eenduidig. "Er is een significant kleine groep die duidelijke nadelen ondervindt van sociale media; een kleine groep die duidelijke voordelen ervaart en er is een grote groep die zichzelf eigenlijk best goed redt. Met een verbod ga je voorbij aan wat sociale media ook aan positieve zaken kunnen opleveren. Kinderen die in de klas misschien buiten de groep vallen, maar zich in de pauze veilig voelen in hun online community, of LGBTI+-leden in een strenggelovige omgeving, die online lotgenoten vinden. Sociale media kunnen via de smartphone ook een venster naar de wereld zijn."
"Precies mam, een smartphone kan dus ook heel goed zijn", doet mijn dochter een bevooroordeelde duit in het zakje. En dat mijn dochter dat juist nú vindt, is niet zo gek. Ze zit op een Jenaplanschool en dat betekent dat ze met haar bijna negende ook in de klas zit met twaalfjarigen. Op die leeftijd heeft 97% (!) in Nederland een smartphone. Mijn dochter kijkt op tegen die kinderen en wil meedoen, zoals alle kids rond die leeftijd.
"Die paardenstaart in de jaren zeventig was toch zeker minder gevaarlijk dan TikTok?"
"Ergens rond het tiende levensjaar moet een kind autonomie verwerven, zelfstandiger worden, en het wordt belangrijker om de juiste vrienden te hebben en 'erbij te horen’», licht Emeritus Lector Jeugd & Media Prof. Dr. Peter Nikken toe. Het is de leeftijd waarop een kind behoefte krijgt aan een eigen domein en eigen interesses. Interesses waar ouders vaak niets van begrijpen. En dat onbegrip, daar zetten kinderen zich graag tegen af; het hoort bij het loskomen van de ouders. "Vroeger ging het dan bijvoorbeeld om het hebben van de juiste spijkerbroek of het juiste haar. Daar hadden ouders ook hun bedenkingen bij", gaat Nikken verder. Maar die paardenstaart in de jaren zeventig was toch zeker minder gevaarlijk dan TikTok?
"Natuurlijk zijn er gevaren", beaamt Nikken. De tijd die ze eraan kwijt zijn, het onrealistische zelfbeeld dat kan ontstaan door alle insta-waardige kiekjes die ze voorgeschoteld krijgen. Misinformatie… Allemaal waar, maar, zo betoogt Nikken, het is belangrijk dat je als ouder positieve betrokkenheid laat zien, en niet continu het morele vingertje heft. Als je dat te vaak doet, voelt het kind zich niet meer veilig om zich bij je te melden als ze een keer iets naars meemaken online.
Een smartphone, en dan?
"Dus wanneer krijg ik nou een smartphone, mam?" dringt mijn dochter maar weer eens aan. Dat is afhankelijk van het kind, vinden zowel Nikken als Lagendijk. Voor een niet al te impulsief kind dat openstaat voor afspraken, is dat wellicht op jongere leeftijd dan voor een kind dat ook in de offlinewereld al in zeven sloten tegelijk loopt. Maar áls je je kind een smartphone geeft, blijf dan als ouder goed betrokken, adviseren ze.
Stel twee vragen, adviseert Jacometti: Waar ben je; op welke apps of platforms; en met wie praat je – ken je diegene bijvoorbeeld? Graag met oprechte interesse en een positieve insteek, zonder veroordelend vingertje. Bouw het geleidelijk op: niet meteen een smartphone met alle toeters en bellen, maar begin met WhatsApp, met de afspraak dat jij als ouder in het begin meeleest. "Niet om je in de inhoudelijke gesprekken met haar vriendinnen te mengen, maar om de toon in de gaten te houden", vult mediapedagoog Lagendijk aan. "En als de toon vervelend is, dan kun je het daar samen over hebben."
"Gaat dat WhatsAppen goed, dan mag ze door net het volgende badje"
Gaat dat WhatsAppen goed, dan mag ze door naar het volgende badje totdat ze uiteindelijk klaar is voor haar zwemdiploma. Net als zwemles gaat dat niet in één keer goed. Je moet je kind ook fouten gunnen. Een foutje in een WhatsApp-groep op de basisschool is waarschijnlijk net iets beter in goede banen te leiden dan een publieke TikTok-uitglijder op de middelbare.
"Al was het maar omdat je op de basisschool vaak ook nog de andere ouders kent en samen het gesprek kunt aangaan als het misgaat", zegt Lagendijk. En, vult ze aan, regels stellen en je kind daaraan houden, zal ook zeker niet altijd makkelijk zijn. "Maar dat hoort bij opvoeden."
Nog steeds een struggle
"Dus, mam? Mag het?" Het antwoord dat je geeft, hangt dus af van jou en van je kind. Er is geen magische leeftijd waarop een kind de onlinewereld waartoe een smartphone toegang biedt plotseling wél aankan. Want eerlijk is eerlijk, op 44-jarige leeftijd is het nog steeds een struggle. Mijn antwoord is een twijfelend ‘ja’, maar wel pas ná zwemles. Ik heb voor mijn dochter een HackShield-account aangemaakt, zodat we samen al gamend meer leren over online gevaren. Als we dat hebben uitgespeeld, kunnen we samen experimenteren met een smartphone.
Het zal vast niet altijd makkelijk gaan, discussies zullen volgen en ze gaat ongetwijfeld ook nare dingen tegenkomen. Maar het is zwemmen, of verzuipen. Net als in de fysieke wereld.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Marie Claire thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct