Een ongelukkige val met de fiets. Voortand geschroefd. "Ik zie u over negen maanden weer", zei de implantoloog, nadat hij me een kunststof gebitje met een neptand had overhandigd. Hij had me uitgelegd dat een implantaat goed moet vastgroeien voordat het mag worden belast, dus nee, voorlopig kwam er nog geen kroon op. Ik had begrijpend geknikt, ook toen hij op de valreep nog toevoegde dat ik het gebitje met de neptand de eerste paar maanden maar zo min mogelijk moest dragen, want dat vertraagde het herstel.
En by the way: had hij al gezegd dat je met dat gebitje niet kunt eten, en koffie of thee drinken liever ook niet? Want de neptand verkleurt nogal snel? Als ik verder geen vragen had, dan kon ik bij de receptie de afspraken inplannen voor de 93 controles in de komende tijd, prettige dag verder!
Ik herinner me nog dat ik thuis in de spiegel keek. Mijn bovenlip zo opgezet dat het leek alsof ik een mislukte ingreep met fillers achter de rug had, mijn tandvlees vol dikke hechtingen van visdraad en in het midden, op de plek waar ooit mijn voortand zat, een gapend zwart gat. Maar je moet door, zoals dat zo mooi wordt gezegd. Er stonden interviews gepland, etentjes met vrienden, mijn ouders kwamen op bezoek. En toen werd het pas echt interessant, want wat me misschien nog wel het meest shockeerde van het hele voortanddebacle was niet hoe ik mezelf zag, maar hoe anderen naar me keken.
Natuurlijke reflex
Er waren blikken van onbekenden die tijdens het uitlaten van de hond een fractie van een seconde te lang bleven kijken, gevolgd door een snelle blik naar beneden. Of juist een overdreven luchtigheid, alsof het helemaal niet erg is om een tand te missen. Er was één vriendin die reageerde met "HAHAHA" toen ik in onze appgroep een foto deelde van mijn ‘nieuwe’ gezicht, met-zonder voortand.
Een ander zei: "Nou, tanden maken wel de vrouw hè?" Dat hielp niet, waardoor ik me nog erger voor mijn voorkomen ging schamen dan ik al deed. Sterker nog: als ik ergens kwam, in een café of winkel, dan begon ik automatisch alvast uit te leggen waarom ik er zo raar uit zag, om het ongemak van de ander te neutraliseren, alsof ik dacht: laat mij dit maar oplossen.
Een eigenaardige impuls misschien, maar alles beter dan de geschrokken en soms afwerende reacties van mensen bij het zien van mijn missende voortand. "Dat is geen persoonlijke afwijzing, maar een reflex van mensen", zegt Liesbeth Woertman, emeritus-hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in lichaamsbeeld en zelfbeeld. "We scannen elkaar als mensen voortdurend", legt ze uit. "Dat gebeurt razendsnel en grotendeels onbewust: lijkt deze persoon op wat ik gewend ben? Past dit binnen mijn referentiekader? Herkenning en gelijksoortigheid zorgen voor geruststelling, afwijking trekt onze aandacht.
Ons brein houdt van patronen. Zodra iets afwijkt, gaat er een alarmpje af. Niet per se negatief bedoeld, maar wel in de zin van: hé, dit is anders. Eigenlijk zijn we de hele dag aan het discrimineren, in de oorspronkelijke betekenis van het woord, namelijk: onderscheiden."
"Mijn ontbrekende voortand zegt niet alleen iets over mij, maar ook over het beeld van hoe een vrouwengezicht eruit hoort te zien."
We zijn niet oppervlakkig
Dat onderscheid op zichzelf is niet problematisch. Maar dat wordt het wel als we er een waardeoordeel aan koppelen. Wanneer ‘anders’ wordt gezien als ‘minder’, omdat afwijking ook een norm zichtbaar maakt. "Als we iets als ‘anders’ markeren, bevestigen we impliciet voor onszelf wat normaal is", zegt Woertman. Mijn ontbrekende tand zegt dus niet alleen iets over mij, maar ook over het onuitgesproken beeld van hoe een vrouwengezicht eruit hoort te zien: symmetrisch, intact. Er is geen openlijke competitie gaande, niemand deelt cijfers uit, maar vrouwen vergelijken zichzelf constant met elkaar. Wie voldoet aan het ideaal? Wie valt erbuiten?
Woertman: "Dat betekent niet dat vrouwen oppervlakkiger zijn dan mannen, maar wel dat uiterlijk een belangrijke factor is in hoe we ons tot elkaar verhouden. We zijn de hele tijd aan het spiegelen, wat betekent: jezelf zien in relatie tot de ander."
Wanneer het uiterlijk van iemand zichtbaar afwijkt, bijvoorbeeld omdat er een voortand ontbreekt, kan dat iets raken in je eigen gevoel van controle, aantrekkelijkheid of kwetsbaarheid. Woertman noemt dat de ‘schaduw’: eigenschappen die we bij onszelf liever niet onder ogen zien, maar die we bij anderen scherp waarnemen. Kwetsbaarheid bijvoorbeeld, maar ook lichamelijke breekbaarheid. Misschien is mijn voortand voor sommigen niet alleen een esthetisch detail, maar ook een confrontatie met iets waar ze zelf bang voor zijn: dat een lichaam, of je gebit, zomaar kan beschadigen. Dat idee is onprettig, zeker in een maatschappij waarin we eraan gewend zijn geraakt dat alles maakbaar is. Prikje botox hier, fillertje daar. In die zin is mijn gebit een keiharde verstoring in het verhaal dat we onszelf graag vertellen, namelijk dat je zelf wel bepaalt hoe je eruitziet, als je daar maar hard genoeg je best voor doet.
"Perfectie is het nieuwe normaal geworden. Wie daar niet aan meedoet, komt bijna nalatig over."
Hoe sterk sta jij in je schoenen?
"Perfectie is het nieuwe normaal geworden", zegt organisatiepsycholoog Marjon Bohré, die in haar boek De perfectieparadox beschrijft hoe diep de drang naar optimalisatie inmiddels in ons systeem zit. "Wie daar niet aan meedoet, of dat nu bewust of onbewust is, komt bijna nalatig over. Als jij geen perfect gebit hebt, dan zal daar wel een reden voor zijn. We vinden het moeilijk om te dealen met kwetsbaarheid en gaan heel snel op zoek naar rationele verklaringen waarom een bepaald lijden de ene persoon wel overkomt en de andere niet. Niet uit onaardigheid, maar vanuit de drang om controle te behouden over je eigen leven. In plaats van te beseffen dat je soms pech hebt in het leven, dat iedereen een ongeluk kan krijgen, zijn we tegenwoordig veel eerder geneigd om te denken: als ik nu maar gezond leef en elke avond netjes flos, dan kan ik voorkomen dat zoiets mij ooit gaat gebeuren."
"We zijn in onze picture perfect-samenleving steeds minder tolerant voor uiterlijke afwijkingen."
We zijn in onze huidige picture perfect-samenleving nauwelijks meer gewend aan barstjes en kreukels, waardoor we steeds minder tolerant lijken voor afwijkingen. "Vroeger had je pech als je hangende oogleden had, maar tegenwoordig kan iedereen er wat aan laten doen", zegt Bohré. "Daardoor verandert het schoonheidsideaal, want de lat komt steeds hoger te liggen. Veel vrouwen zeggen in eerste instantie dat ze daar niet aan mee willen doen, maar dan val je buiten de groep. Het is tegennatuurlijk, onmenselijk bijna om daar bewust voor te kiezen, dus je moet heel stevig in je schoenen staan om te zeggen: nee hoor, ik ga me daar niet aan committeren. Laat mij maar rimpels krijgen, ik hoef geen botox. Of: ik trek me niets aan van de rare blikken en ik ga gewoon uit eten zonder voortand, waarbij je ook nog eens te maken krijgt met wat onderzoeker Brené Brown ‘empathiemissers’ noemt."
"Empathie gaat niet over wat jij van iets vindt, maar om het horen van het perspectief van de ander."
Denk aan je tachtigjarige zelf
Empathiemissers zijn opmerkingen die bedoeld zijn om te helpen, maar de situatie eigenlijk alleen maar erger maken. Bohré: "Daar vallen alle oordelen onder, zoals: ‘Jemig, wat erg voor je!’ Maar ook minimaliserende zinnetjes als: ‘Joh, maakt jou het uit’. Het komt vast uit een goed hart, maar het heeft weinig te maken met empathie. Empathie gaat niet over wat jij van iets vindt of hoe jij denkt dat je een probleem zou kunnen oplossen, maar om het horen van het perspectief van de ander: hoe is dit voor jou, hoe voelt het voor jou? Vervolgens kun je proberen om verbinding te maken met het gevoel van de ander, door te checken of dat wat jij denkt overeenkomt met wat diegene voelt. Stel: jij vertelt je verhaal over je voortand aan mij, dan kan ik zeggen: ‘Ik kan me voorstellen dat je heel verdrietig bent en dat het niet fijn is dat je een voortand mist’. Daar kun jij dan weer op reageren."
Minder oordelen, niet wegkijken en meer open vragen stellen als we iets afwijkends bij elkaar zien. Dat is een wijze les, ook voor mezelf. Los daarvan zou het ook goed zijn als we iets minder waarde zouden hechten aan de buitenkant. "Natuurlijk is je uiterlijk belangrijk en wil je jezelf goed verzorgen, maar er gaat soms wel te veel exclusieve aandacht naar het zogenaamde ideale plaatje," zegt Bohré. "Ik hoorde laatst een mooi citaat: ‘Er zijn maar twee mensen die je in je leven trots hoeft te maken. De ene is je achtjarige zelf, de andere je tachtigjarige zelf. Het kind in jou had waarschijnlijk ook een gat op de plek van je voortanden, want die was lekker aan het wisselen. Je tachtigjarige zelf heeft misschien wel helemaal geen tanden meer, dus wat maakt nou eigenlijk wie jij in de kern bent? Wat is de kwaliteit die jij in de wereld te zetten hebt? Dat is waar het écht om gaat."
Minder verontschuldigen
Inmiddels loop ik alweer vier maanden rond met één voortand. Ik ben gestopt met mezelf verontschuldigen voor hoe ik eruitzie. Niet omdat ik een statement wil maken, maar omdat ik moe werd van mijn eigen verhaal en misschien ook omdat ik het zelf niet zo’n big deal meer vind. Als ik in de spiegel kijk, dan heb ik allang geen Frankenstein-achtige associaties meer, zoals in de eerste weken. Het gaat te ver om te zeggen dat ik er vrede mee heb, want natuurlijk heb ik liever een compleet gebit. Maar ik ben gewend geraakt aan de huidige situatie, waarmee ik niet wil zeggen dat uiterlijk er niet toe doet. Uiterlijk heeft absoluut invloed. Pretty privilege, de talloze voordelen waarvan je geniet als je er goed uitziet, bestaat. Maar je hebt nog altijd zelf de macht om te kiezen hoe je daarmee omgaat, want uiterlijk is niet alles. Ik ben met één voortand nog steeds dezelfde Fleur als ik was met twee voortanden.
In juli krijg ik mijn nieuwe kroon. Dan past mijn gezicht weer in de mal van hoe het hoort. En ja, dat vind ik een prettig vooruitzicht. Zorg dragen voor jezelf, voor je kleding, voor je uitstraling – daar is wat mij betreft niets mis mee. Ik ga graag naar de schoonheidsspecialist, ben dol op mijn kapper en ververs mijn garderobe regelmatig. Ik zie dat als een vorm van zelfrespect. Hier ben ik, ik mag er wezen. Maar ik hoop niet dat ik, zodra ik er weer hetzelfde uitzie als het gros van de mensen, vergeet wat ik in de afgelopen periode heb geleerd. Namelijk: dat wat je ziet niet het hele verhaal is. Het zit in ons om naar anderen te kijken, dat is helemaal niet erg. Maar als iemand er afwijkend uitziet, vanwege een missende tand, een litteken of wat dan ook, dan zegt dat niets over die persoon z’n karakter, intelligentie of verzorgingsniveau. En het is ook niet het einde van de wereld - ik ben het levende bewijs.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Marie Claire thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct