Van SPF basics tot self-tan-trucs: dit is je ticket naar een tan zonder schade
Skincare

Van SPF basics tot self-tan-trucs: dit is je ticket naar een tan zonder schade

We willen allemaal die zomerglow, maar natuurlijk wel zonder dat onze huid later de rekening krijgt.

Ivana Batstra Donahue
7 minuten
SPF

Gone are the days dat we zonnebrand alleen meenemen op vakantie of naar het strand, en dat je 'm pas tevoorschijn haalde als je al half verbrand was. Inmiddels weten we gelukkig beter. SPF is het hele jaar door een vaste stap in je routine, op zonnige én druilerige dagen. En ja, we smeren massaal, maar stiekem doen we het vaak nog steeds niet helemaal goed. Niet omdat we niet willen, maar omdat het toch een tikkie ingewikkelder blijkt dan insmeren en gaan. Want hoeveel is genoeg? Wat betekenen die plusjes? En waarom ziet je huid er met de ene SPF flawless uit en met de andere alsof je al drie maanden geen daglicht hebt gezien?

Wij doken in de materie en beantwoorden al je brandende vragen, zodat verbranden verleden tijd is.

Niet zo zuinig

Het begint bij iets wat bijna iedereen onderschat: hoeveel je gebruikt. Kun je nog zo braaf voor SPF50++++ gaan, maar met een dun laagje haal je die bescherming simpelweg niet. Voor je gezicht en hals heb je al snel een volle theelepel nodig, en ja, dat is waarschijnlijk meer dan je normaal smeert, zeker als je daarna nog in de maquillage gaat. Juist je smeerdosis (en frequentie!) bepaalt of je SPF doet wat-ie belooft. Minder smeren is minder bescherming, hoe hoog de factor ook is. En dat betekent dus: gedurende de dag bijsmeren, vooral als je buiten bent, zweet of je gezicht aanraakt.

Back to basics

En dan moeten we het hebben over wat SPF eigenlijk wel (en niet) dekt. SPF gaat over UVB-straling – de stralen die je huid laten verbranden. Hoe hoger de factor, hoe beter en langer je in theorie beschermd bent, mits je genoeg gebruikt. En daar gaat het dus vaak al mis: die ene laag ’s ochtends is absoluut geen dagverzekering. Bovendien liggen SPF 30 en 50 dichter bij elkaar dan je misschien verwacht: SPF30 houdt zo’n 97% van de UVB-straling tegen, SPF50 ongeveer 98%. Klinkt minimaal, maar dat ene procentje kan op lange termijn wel degelijk verschil maken.

Minstens zo belangrijk maar vaak minder zichtbaar, is UVA-straling. Die dringt dieper door in de huid en speelt een grote rol bij huidveroudering en pigmentatie. Je ziet die schade niet meteen, maar het effect stapelt zich wel op. Sluw staaltje skin sabotage, dus. Daarom is het belangrijk dat je zonnebescherming ook hiertegen beschermt. Dat herken je niet aan het SPF-getal, maar aan termen als ‘broad spectrum’ of een PA-rating (bijvoorbeeld PA++++). Hoe meer plusjes, hoe beter de bescherming tegen UVA.

Wil je graag een diepe teint zonder in te leveren op bescherming? Ga dan voor een mix van bescherming én glow, zoals de super tanning oil van Byron Bay Suncare. Met ingrediënten als carrot extract en beta-caroteen oogt je tan net wat warmer, terwijl de SPF50 je huid tegelijkertijd beschermt tegen schade. Bonuspunten voor de lichte, hydraterende formule die niet vet aanvoelt – en die verrukkelijke kokosgeur die je in één keer naar een tropisch strand teleporteert.

Kies je filter

Chemische filters trekken in de huid en zetten zonlicht om in warmte. Ze zijn vaak lichter van textuur, makkelijker te smeren en transparanter, waardoor je ze ook lekker onder make-up kunt dragen en gedurende de dag opnieuw kunt aanbrengen. Minerale filters, zoals zinkoxide en titaniumdioxide, blijven op de huid liggen en reflecteren zonlicht. Ze zijn daardoor iets matter en laten soms een waas achter. Dit maakt ze iets minder makkelijk in dagelijks gebruik, maar ze zijn wel direct actief en vaak beter verdraagbaar voor gevoelige velletjes.

Enne, nog iets om in je achterhoofd te houden: chemische filters zijn op bepaalde bestemmingen verboden vanwege hun impact op koraalriffen, dus check dat voor je op reis gaat. Wil je zeker zijn dat je goed beschermd bent én het milieu en koraal happy en healthy houden? Dan is een reef-friendly minerale zonnebrand de beste keuze.

Een donkere huid verbrandt minder snel, maar is allesbehalve immuun voor schade of pigmentatie

Het belang van zonbescherming bij een donkere huid wordt vaak onderschat. Een donkere huid verbrandt minder snel, maar is allesbehalve immuun voor schade of pigmentatie. Sterker nog: verkleuringen – denk aan zonnevlekjes of post-inflammatoire hyperpigmentatie – kunnen juist zichtbaarder zijn, en ze verdwijnen vaak minder snel. Daar komt bij dat zonbescherming in gebruik niet altijd even vanzelfsprekend aanvoelt. Minerale filters kunnen vooral op de donkere huid een witte waas achterlaten, waardoor je teint wat grauw of assig oogt – voor veel mensen precies de reden om SPF te skippen. Zonde, want ook voor een donkere huid is zonbescherming essentieel. Gelukkig worden de formules steeds beter. Van transparante chemische filters tot getinte minerale varianten die zich aanpassen aan je huidskleur: er zijn genoeg opties die wél mooi wegsmelten in de huid, zonder zichtbare waas.

Faux teint

Lekker hoor, zo’n zomers kleurtje. Maar die kleur komt zelden zonder schade, en dus zoeken we steeds vaker naar manieren om dat effect na te bootsen. Zelfbruiner is de obvious go-to. En voordat je flashbacks krijgt van een oranje worteltjesparade: de zelfbruiners van nu zijn gelukkig allang niet meer zo heftig als vroeger. De nieuwe generatie is subtieler, natuurlijker en vooral beter afgestemd op verschillende huidtypes – mits je ’t goed aanpakt.

De basis van bijna elke zelfbruiner is DHA (dihydroxyacetone). In jip-en-janneketaal komt dit erop neer dat de formule reageert met de bovenste laag van je huid en die tijdelijk een bruine tint geeft. Er komt dus geen zonnestraal aan te pas – vandaar de naam ‘fake tan’ – en er wordt geen echte melanine aangemaakt. Maar het effect is er wel. Dit proces heeft even tijd nodig – meestal een paar uur – en vervaagt daarna vanzelf weer doordat je huid zich blijft vernieuwen.

Hoe je ’m aanbrengt maakt minstens zo veel verschil als welk product je kiest. Ga je voor snel en zichtbaar resultaat, dan zit je goed met een mousse. Die is licht, droogt snel en laat zich makkelijk egaal verdelen. Het liefst met een handschoen, zodat je geen vlekken of verkleurde handen krijgt. Wil je het subtieler aanpakken, dan zijn tanning drops – druppels die je met je dagcrème mengt – een betere match. Ze verkleinen de kans op strepen en geven je meer controle over hoe diep je teint wordt. Lotions zitten er een beetje tussenin. Deze zijn verzorgend, makkelijk smeerbaar en daardoor pretty foolproof, maar ze hebben wel wat meer tijd nodig om zichtbaar resultaat te geven.

Voor je gezicht geldt meestal: hoe lichter de textuur, hoe fijner. Drops of lichte serums zijn makkelijker te doseren en geven minder kans op verstopte poriën. Voor het lichaam werkt een mousse of spray vaak sneller en egaler.

Anti-vlek-prep

Selftan-vlekken voorkomen zit ’m overigens niet alleen in goed smeren, maar vooral in de voorbereiding. Een glad oppervlak zorgt voor een gelijkmatiger resultaat, dus exfoliëren is key. Door dode huidcellen te verwijderen, pakt de kleur net wat egaler uit. Droge plekken, zoals je knieën, ellebogen en enkels, nemen sneller pigment op, dus smeer die vooraf in met een dun laagje bodylotion om een panda-look te voorkomen. Vergeet ook je handen niet, maar neem die als laatste mee. De truc is om zo min mogelijk product te gebruiken en vooral met restjes te werken, om worteltjesvingers te voorkomen. Gebruik je een mousse, veeg dan met het restant op je handschoen nog even licht over je handen en vingers.

Geen zin in self-tan, maar wél in een sunkissed snoet? Met een simpele bronzer kom je al een heel eind. Door ’m langs je haarlijn, jukbeenderen en kaak aan te brengen, creëer je die zachte warmte die de zon normaal op je toet tovert, zonder dat je ook maar een deur uit hoeft. Of kies voor fake bronze drops. Die geven een instant effect dat je ’s avonds gewoon weer afwast.

Glow support

En last but not least nog even over die ‘glow van binnenuit’. Voeding en supplementen kunnen je huid zeker ondersteunen, maar verwacht niet dat je een tan uit een pil of poedertje kunt halen. Wat je eet heeft vooral invloed op hoe je huid eruitziet – denk aan hydratatie, stevigheid en die algehele gezonde look. Antioxidanten helpen je huid beschermen tegen invloeden van buitenaf, en voldoende vetten en eiwitten dragen bij aan een sterke huidbarrière. Collageensupplementen kunnen de huid op termijn iets voller en soepeler laten ogen, maar ze veranderen niets aan je teint. Zie ze dus als ondersteuning, niet als vervanging.