Ik ging 30 dagen vegan en dit is wat er gebeurde

Ik ging 30 dagen vegan en dit is wat er gebeurde

Laat ik hiermee beginnen: ik HIELD van vlees. Ik hield nog meer van vis. En ik hield misschien nog wel het allermeest van romige kazen. Een dikke steak van de grill, een rauwig stuk zalm, een smeuïg brietje… Ik at het allemaal –graag en vaak en met héél veel liefde. Tot ik dertig dagen lang abrupt vegan ging. Shardey-Lynn Aalders, medeoprichter van duurzaam juwelenlabel Taj ging voor Marie Claire 30 dagen en dit is wat er gebeurde.

Juist, een maand lang ging ik de uitdaging aan om uitsluitend plantaardig te eten. Wat mij als mastercarnivoor over de streep trok? Drie dingen: 1. De shout-out van de veganistische komiek Russell Brand (die viral ging met zijn uitspraak: “I shall have heroin, but I shan’t have a hamburger.”). 2. Een vriendin die na het lezen van het boek The China Study bleef roepen dat dierlijke proteïnen de allergrootste kankerveroorzakers zijn (waardoor ik nu bij ieder pukkeltje denk dat het een tumor is). 3. De documentaire Cowspiracy The Sustainability Secret van o.a. Leonardo DiCaprio, die betoogt dat veeteelt de wereld vernietigt en die met feiten strooit waar je niet meer van kunt slapen (zoals: één hamburger kost tweeduizendvijfhonderd liter water). Het goede nieuws: volgens de docu kunnen we de planeet óók redden, namelijk door veganistisch te worden. Laten we maar beginnen met een proefperiode van dertig dagen.…

Enfin, challenge accepted. Van de ene op de andere dag bande ik vlees, vis, zuivel en eieren. Mijn leren laarzen mochten blijven; de uitdaging neemt alleen je dieet op de schop. Waarschijnlijk omdat de Vegan Challenge anders kandidaatloos zou zijn (iets met: you can have my hamburger, but you shan’t have my boots). Een tweede meevaller was dat vriendlief besloot mee te doen. Met een lotgenoot zijn dergelijke uitdagingen toch net wat makkelijker.

"Ik knauw het laatste stukje brie weg en mijn vriend zorgt ervoor dat het huis van roomijs wordt ontdaan"

De avond voor we de challenge starten, houden we een klein Google-feestje. We zoeken veganistische foodblogs (veganricha.com en healthyhappylife.com blijken aanraders), lekkere recepten en essentiële producten, stellen een weekmenu samen en maken een uitgekiend boodschappenlijstje. Ondertussen knauw ik het laatste stukje brie weg en zorgt mijn vriend ervoor dat het huis van roomijs wordt ontdaan. We voelen ons nu al goed.

De volgende dag ga ik naar drie supermarkten en twee speciaalzaken om de broodnodige proviand in te slaan. Op mijn lijstje o.a.: amandelmelk, tempeh (gefermenteerde sojabonen), lijnzaad (voor genoeg omega 3-vetten), pindakaas, noten, een aantal onuitspreekbare granen, miso (gefermenteerde kruidenpasta), vitamine B12 (want dat moet je kennelijk extra slikken), allerlei exotische kruiden, spirulina (een superalg) en heel, héél veel peulvruchten en groenten. We hebben het geluk dat we in het centrum van Boston wonen: alles op onze vega-wishlist kan ik wel érgens scoren. Het kost me de hele dag en een compleet maandsalaris, maar lekker eten zullen we.

Week 1
De eerste dag begint uitstekend. Aan mijn standaardontbijt – havermout met noten en fruit – hoef ik niets te veranderen. Behalve dat ik er nu een eetlepel zelfgemalen lijnzaad doorheen roer. Easy peasy. Tijdens de lunch eet ik volkoren pitabrood met wat hummus en een flinke salade met kidneybonen. Als ondernemer heb ik het geluk dat ik vanuit huis werk en zelf allerlei maaltjes kan fiksen, vers, on the spot en met wat ik maar wil.

Vriendlief heeft minder geluk. Hij heeft die dag amper gegeten en komt hongerig thuis van kantoor. We duiken het centrum in en scoren net voor sluitingstijd een of andere futuristische lunchbox mét koelelement om al zijn maaltjes in te vervoeren: fantastisch, geweldig en absoluutgeek-proof. ’s Avonds bewonderen we onze nieuwe baby glunderend, voordat we hem vullen met de restjes van ons allereerste zelfgemaakte vegan diner: Afrikaanse pindastoof met pindakaas, zwarte bonen, spinazie, zoete aardappel en nog meer pindakaas.

De rest van de week gaat verrassend goed. Alle recepten lukken (ALLE!), en we eten lekkerder dan ooit – al dreigt er richting het weekend misschien een overschot aan pindakaas in ons dieet te ontstaan. Je zou denken dat een pindakaasoverschot zou leiden tot een pindakaasstop. Niets is minder waar. Hoe meer ik het eet, hoe meer ik het crave. Kortom: ik ben pindakaasverslaafd. Als ik ’s ochtends op Facebook een artikel langs zie komen waarin geclaimd wordt dat pinda’s wél gezond zijn maar pindakaas niet, besluit ik het niet te lezen. Enige struisvogelpolitiek is toegestaan als planet loving planteneter.

"Uitgehongerd kom ik thuis. Ik zie nog net geen sterretjes en heel even denk ik dat George Clooney in mijn gangpad staat"

Week 2
Halverwege de week ga ik met een vriendin bij Harvard lunchen om nieuwe plekjes in de stad ontdekken. Ik tref een foodtruck met falafel en kan mijn geluk niet op. Maar eenmaal aangekomen op een mooi lunchplekje minstens een kilometer verderop, blijkt er een of andere zuivelachtige saus op te zitten. Ik strip mijn falafel van het broodje, krab de saus ervan af en eet het teleurgesteld op. (Lesson learned: vraag altijd wat er precies op, in en bij je maaltijd zit.) De rest van de dag kom ik niets veganistisch meer tegen dat óók suikervrij is. Want o ja: dat ben ik sinds mijn suikervrije challenge ook nog altijd. Mijn maag knort en eet zichzelf op.

Uitgehongerd kom ik thuis. Ik zie nog net geen sterretjes en heel even denk ik George Clooney in mijn gangpad te zien staan. Ik zwalk richting de keuken en stort me op een appel en een blik kikkererwten (iets mooiers kan ik er niet van maken; we moesten nog boodschappen doen). Plantaardig leven heeft – voor de onvoorbereide mens – kennelijk een huiveringwekkende dark side. Dit zou me niet nog eens gebeuren.

De volgende dag stel ik mijn lievelingshandtasje op de proef. Als ik er een pot pindakaas in krijg, mag hij blijven. Mijn tasje faalt miserabel: ik krijg er niet eens een potje (plantaardige) pesto in. Ik duik meteen Amazon op en twee dagen later ben ik de eigenaresse van een schattig, ‘vegan leather’ (chic woord voor ‘nepleer’) rugzakje. Als ik hem laat zien aan mijn zus die vanuit Nederland op bezoek is, wordt hij ter plekke omgedoopt tot ‘The Peanut Butter Backpack’. Al snel is het een volwaardig familielid: de PB-backpack gaat overal waar ik ga. Ik zal George Clooney nooit meer in mijn gangpad zien staan.

Week 3
Wie ooit zei dat je van bonen een opgeblazen buik krijgt (iedereen), heeft duidelijk nooit een paar weken plantaardig gegeten. Er zijn een paar foefjes om bonen en andere peulvruchten buikvriendelijker te maken, zoals ze grondig wassen, en ze blijken echt te helpen. Ik heb al weken geen opgeblazen gevoel meer gehad en mijn buik lijkt familie van een plank. Olé.

Nog iets om deze week euforisch over te zijn: mijn kaasdoek is gearriveerd! (Ik besef hoe geitenwollensokken dit klinkt, maar de veganistische Shardey is nu eenmaal hysterisch blij met alle mogelijke keukenaccessoires.) Hij is van biologisch katoen en al, een prachtding. Ik zou hem bijna aan de muur hangen, ware het niet dat ik een fameus mozzarellarecept wil uitproberen: de vegan mozzarella van kaasspecialist Miyoko’s Kitchen. Ik leg mijn kaasdoek pontificaal midden op het aanrecht neer zodat ik niet vergeet eraan te beginnen. Daar is hij de hele week blijven liggen. Misschien ben ik nog niet rijp voor het homemade kaastijdperk.

Mijn hummustijdperk daarentegen beleeft hoogtijdagen. De tijd dat ik dé hummusman (de man op de Ten Katemarkt in Amsterdam met een indrukwekkend assortiment aan hummusjes) aanbad, is voorbij. De reden: mijn eigen hummus rules. Mijn grootste trots hebben we thuis ‘yellow fellow’ gelabeld: een kanariegele hummus met mango, kerrie, chilipeper, gember en rozijnen (beat that, hummusman!). Maar mijn bietenhummus en basilicumhummus mogen er ook wezen. Kortom: ik experimenteer erop los, raak overmoedig en overweeg nu een carrièreswitch.

suikervrij-vegan-bananenbrood

Vegan, suikervrij bananenbrood. Check het recept op mijn blog.

Week 4
Begin van de week hebben we een etentje met mede-expats bij ons thuis. Het blijken alleseters te zijn. Geen koe, garnaal of gluut wordt vermeden. Ik besluit mijn signature dish (ja, die heb ik al) te maken en schotel ze een linzenstoof met kokosmelk voor. Als toet serveer ik 90% pure chocolade die ik heb omgesmolten en verrijkt met bosbessen en stukjes cashewnoot. (Note to self: steek nooit méér dan tien minuten in een dessert. Kennelijk vinden mensen een gepimpte chocoladereep indrukwekkender dan welke Jamie Oliver-pudding dan ook.) Dat ze die avond veganistisch hebben gegeten, is onze gasten niet eens opgevallen. Ze hebben er in ieder geval niets van gezegd.

Als ik later die week met een vriendin uit Nederland Skype, constateer ik dat ik in de loop van de challenge een compleet nieuw vocabulaire heb ontwikkeld. Voorheen wist ik niet wat spirulina, miso en edelgist waren (dat laatste is dus een eencellige schimmel die naar kaas smaakt – én mijn nieuwe beste vriend). Vandaag de dag kan ik – denk ik – een compleet grammaticaal correcte zin maken waar niet-veganistische foodies de ballen van begrijpen. Ik voel me gevorderd en trots.

Op vrijdagavond verandert onze plantaardige eetervaring op de valreep voorgoed: ik heb tempeh gebakken die ik nagenoeg niet kan onderscheiden van spekjes (échte varkensspekjes, zoutig en knapperig en de hele shebang). Ik weet niet of het mijn getransformeerde smaakpapillen zijn of dat mijn smoky tempeh echt zo goed is, maar vriendlief en ik zijn blij. Het huis ruikt naar een slagerij en we eten het spul drie dagen aan een stuk. We zweven op een roze vegan wolk.

Week 5 
Ja, er is een week vijf! Ik kan nog steeds niet uit over de hoeveelheid groenten die ik nu eet (kan een mens wortel schieten?), maar het bevalt me uitstekend. Mijn huid is opvallend egaal, ik heb volop energie en mijn buik is platter dan plat. En wonderbaarlijk maar waar: ik heb mijn zalmpje, steak of kaasjes niet één keer gemist. Mijn vriend denkt er hetzelfde over en we besluiten de plantaardige trend samen voort te zetten.

Dat is inmiddels niet zo’n uitdaging meer, want na vier weken is mijn ‘Little Vegan Black Book’ indrukwekkend gevuld. Als er brand zou uitbreken, zou ik dít boekje redden; al mijn favoriete blogs, recepten, tips en lievelingsproducten staan erin. Echt, als ik opnieuw zou moeten beginnen met het aanleggen van dit meesterwerk, zou ik uit wanhoop zomaar weer ’s werelds grootste carnivoor kunnen worden.

Dat rampscenario wordt bijna werkelijkheid als ik voor een paar weken terugvlieg naar Nederland. Net als je alle ‘verboden’ ingrediënten kent, vaste producten hebt en oprecht denkt niet meer te kunnen leven zonder je nieuwe homie Trader Joe’s (een winkel bij ons in de buurt met van alles veganistisch), sta je in de supermarkt in het Nederlandse dorp van mamslief waar de kassière nog nooit van seitan (een vleesvervanger van gluten) heeft gehoord. De mooie brunette kijkt me aan alsof ik van Mars kom. Zo voel ik me de rest van de week ook.

Gelukkig blijkt echter ook ons fijne kikkerlandje na wat speurwerk best herbivoorvriendelijk te zijn –dorpen incluis. Als je online en bij natuurwinkels shopt, kun je alles wel vinden. En alien of niet: onbedoeld weet ik aardig wat mensen met mijn plantaardige eetpatroon te besmetten en ik deel recepten uit alsof het Adele-concerttickets zijn (yay voor de planeet!). Leonardo DiCaprio zou trots op me zijn.

Deze voedingsmiddelen verbeteren je geheugen

Beeld: iStock


Recent


Gerelateerde artikelen