In vertrouwen: 'Ik heb een topbaan en een drankprobleem'

In vertrouwen: 'Ik heb een topbaan en een drankprobleem'

Fleur (37) is piloot. Een verantwoordelijke, goedbetaalde baan met als fijne bijkomstigheid dat er op de route volop wordt gefeest en het nodige gedronken. Maar ook thuis slaat Fleur heel wat glazen wijn achterover. Hoe lang gaat dat samen, een carrière en aan de drank gaan? 

Makkelijke jeugd

“Ik ben opgegroeid in ’t Gooi. Mijn vader was architect en verdiende goed. Mijn moeder bekleedde een hoge functie bij de ABN. We hadden dus totaal geen geldzorgen thuis en genoten met ons hele gezin volop van het goede en luxe leven. Twee hardwerkende ouders met drie gezonde, knappe hockeymeiden, waarvan ik de oudste en meest leergierige ben. We hadden altijd alcohol in huis. Zodra mijn vader klaar was met werken, nam hij een borrel. Ik weet ook niet anders dan dat mijn moeder, zodra ze thuiskwam, haar pumps uitschopte, een wijntje inschonk en pas na het tweede glas zoetjesaan met het eten begon. Zeker als er iets te vieren viel, en dat was best vaak, vloeide de drank rijkelijk. Zelfs op kinderverjaardagen werd er stevig met champagne geproost. Ik vond dat niet gek, want bij veel vriendinnen ging het er net zo aan toe.

Elk weekend waren mijn ouders met vrienden op de tennisbaan te vinden. Ook daar werd flink ingenomen. Mijn vader was een wijnkenner en een echte levensgenieter. Een alcoholist was je in mijn ogen pas als je in een joggingbroek naar de Lidl ging om een paar goedkope blikken bier te kopen, of als je niet meer kon werken en laveloos over straat zwalkte. En dat deden mijn ouders niet. Zelfs als ze aardig wat hadden gedronken, kropen ze laat op de avond nog achter hun laptops om werk af te maken of mails te beantwoorden. En dat wij tijdens onze vakanties steevast naar wijnproeverijen gingen en daar met een kofferbak vol flessen vandaan kwamen, vond ik niet meer dan normaal.

Sweet sixteen

Op mijn vijftiende begon ik zelf te drinken, veelal mixjes en alleen in de weekenden. Ik herinner me mijn sweet sixteen party in onze achtertuin. Al mijn vrienden en vriendinnen waren uitgenodigd. Mijn ouders hadden ervoor gezorgd dat de koelkast in huis en die in onze tuinkeuken bomvol stonden met champagne, rosé en bier. Er was zelfs wodka. Achteraf denk ik dat al die drank voor mijn ouders een manier was om te laten zien hoe goed de zaken gingen. Zolang er maar geproost en gefeest kon worden, was het leven goed. Na het vwo wilde ik gaan studeren. Het werd economie, maar na het eerste jaar wist ik: dit is niks voor mij. Ik besloot het over een totaal andere boeg te gooien; ik zou voor piloot leren. Een superdure opleiding waar al mijn medestudenten een gigantische lening voor moesten afsluiten. Ik natuurlijk niet; mijn vader regelde het wel voor me. Er werd met geen woord over terugbetalen gesproken.

Lang leve de lol

Het vliegen, de crew en al die verre bestemmingen, dit was echt mijn droomleven! We overnachtten in luxe hotels en doken vaak met z’n allen de karaokebar in, waar flink gedronken werd. Maar ook ’s middags aan het zwembad zaten we al aan de wijn. Uiteraard gaan drank en vliegen niet samen. Er was zelfs een zerotolerancebeleid. Tien uur voor de vlucht mocht er geen alcohol worden gedronken. Daar hield ik me netjes aan, maar tot die tijd was ik altijd in voor een feestje, en omdat de crew ook elke keer uit andere collega’s bestond en we niet veel van elkaar wisten, voelde dat drinken en gek doen ook heerlijk anoniem voor me. Iedereen was in vakantiestemming en er was een ongeschreven regel: wat er op route gebeurde, daar praatte je bij thuiskomst niet meer over. Sommige collega’s gingen vreemd, andere keken te diep in het glaasje of snoven. Het was ieder voor zich en lang leve de lol. Hier kon het!

Na een tijdje begon ik alcohol nodig te hebben als middel om te ontspannen en in slaap te komen, ook thuis na een vlucht. Soms zelfs in combinatie met slaaptabletten. Mensen denken altijd maar dat vliegen een makkelijk beroep is, op de automatische piloot goed geld verdienen, maar dat is het niet. Vliegen geeft best veel stress, al is het maar doordat je steeds met tijdsverschillen te maken hebt, met slaaptekort en een biologisch ritme dat totaal van slag is. Ik kreeg met de jaren steeds meer last van die jetlags en kon ook steeds minder goed tussendoor een hazenslaapje doen om toch voldoende uitgerust te zijn. Soms lag ik nachtenlang naar het plafond te staren. Die vermoeidheid was heel vervelend, zeker omdat je als piloot nog behoorlijk veel aan bijscholing moet doen en in je vrije tijd vaak met je neus in de boeken zit. Dat nooit uitgeleerd zijn om je baan te kunnen behouden, voelde voor mij als veel druk. Ik was ook elke keer stikzenuwachtig voor zo’n examen. Op de route was alles en iedereen nog altijd even vrolijk en werd er gelachen en gefeest. Ik dronk inmiddels wel een fles wijn per dag. Ik woonde alleen, niemand die me op de vingers tikte of er wat van vond of zei. Door mijn werk had ik ook bijna geen sociaal leven. Ik maakte me nog steeds geen zorgen over mijn drankgebruik. Op de dagen dat ik de cabine in moest, dronk ik immers geen druppel. Dat was voor mij het bewijs dat ik ook zonder kon. Als ik zou willen, kon ik zo stoppen.

Financiële problemen

In 2015 raakte mijn vader betrokken bij een bedrijfsongeval en kwam hij in een revalidatietraject terecht. In mijn vrije tijd reed ik zo vaak mogelijk van Amsterdam naar mijn ouderlijk huis om mijn ouders een beetje te ondersteunen. Het viel me op dat ze er met de week slechter uit begonnen te zien, vooral mijn moeder was graatmager en at nauwelijks. Op een dag hoorde ik van mijn zus dat ze financiële problemen hadden. Al hun geld was op gegaan aan feestjes en vakanties; feitelijk hadden ze hun hele leven boven hun stand geleefd. ‘En wat dacht je van al die drank?’ zei mijn zus nijdig. ‘Altijd mensen over de vloer en maar zuipen.’ Ik schrok enorm van haar felle woorden, maar zag wel in dat ze gelijk had. Mijn ouders waren drankorgels, maar was ik er dan automatisch ook een? Dat idee stopte ik snel weg.

In Blaricum kwam ik Ewoud tegen, een vroegere klasgenoot. We vonden elkaar leuk en kregen een relatie. Ewoud vond het aanvankelijk helemaal niet erg dat ik wel van een wijntje hield. Zijn vorige vriendin leefde op groene thee en tomatensap. Dit was stukken gezelliger, meende hij. Ik had ook geen vervelende dronk, werd er zelfs niet lacherig of overmoedig van. Ik raakte meer in een soort roes en viel erdoor in slaap, op bed of op de bank. Soms begon ik al om 11.00 uur ’s morgens. Tegen vieren had ik dan zoveel op dat ik niet meer op mijn benen kon staan en dat mijn ogen zwaar werden. Als Ewoud tegen vijven thuiskwam, moest hij me echt wakker maken.

Menige afspraak heeft hij om die reden afgebeld, en alles werd met de mantel der liefde bedekt. Mijn omgeving had geen argwaan. Moe of een jetlag of ze doet even een tukkie, want ze is net terug van haar vlucht – het klinkt allemaal heel plausibel voor een piloot die de halve wereld over gaat. Dit ging meer dan een jaar zo door, totdat Ewoud voor de zoveelste keer moest liegen dat ik met een flinke griep op bed lag. Deze keer was het de bruiloft van zijn zus waarop ik schitterde door afwezigheid. Toen ik de volgende morgen wakker werd, zag ik dat hij al zijn spullen had meegenomen en een brief op mijn nachtkastje had gelegd waarin hij liet weten niet met mij verder te willen. Je weet wel waarom, stond er. Ja, dat wist ik inderdaad. God, wat voelde ik me die dagen erna verdrietig en geïsoleerd. Eindelijk begon het tot me door te dringen: ik heb een alcoholprobleem, maar tegelijkertijd ook een baan met een meer dan riant salaris, een penthouse in Amsterdam en een inloopkast vol merkkleding. Ik besloot te gaan minderen. Gewoon even wat rustiger aan doen, maakte ik mezelf wijs. Ik functioneer toch gewoon! En tijdens mijn werk was ik nog altijd scherp.

Grote klap

Op een maandagmorgen meldde ik me met hernieuwde kracht op Schiphol. Daar kwam ik een stewardess tegen die ik nog wel herkende van een doldwaze nacht in Singapore, waarin we op de tafels hadden staan dansen. We maakten een praatje en ik zei tegen haar dat ik het leuk zou vinden als we weer eens op hetzelfde toestel zouden zitten, waarop ze antwoordde dat ze voorlopig niet aan het werk ging, omdat ze op het punt stond naar een afkickkliniek in Zuid- Afrika te vertrekken. Jíj? dacht ik. Ik kon het bijna niet geloven. Twee dagen erna belde mijn zus. Mijn ouders zaten in zak en as, want mijn vaders bedrijf was failliet verklaard en ze moesten hun huis uit. ‘Het is zo erg, Fleur. Er wordt zelfs beweerd dat hij de laatste jaren dronken op kantoor verscheen.’ Dit bericht ervoer ik toch nog als een grote klap. Temeer omdat ik wist hoezeer mijn ouders het als gezichtsverlies moesten ervaren.

Die toestand met mijn ouders heeft me aan het denken gezet. Ik wil geen leven dat totaal wordt beheerst door de drank. En ik wil ook niet meer met zo’n groot geheim leven, me niet langer zo eenzaam voelen. Vooral als ik niet aan het werk ben, voel ik me heel alleen. Sinds september praat ik wekelijks met een psycholoog. Dat brengt me veel zelfinzicht. Ik heb echt alles in mijn leven op een presenteerblaadje aangereikt gekregen. Een scooter, een rijbewijs, een auto, mijn opleiding, het is me zo in de schoot geworpen. Tegenslagen? Nee hoor, die kwamen in ons luxeleventje niet voor. Ook werd me met de paplepel ingegoten dat het leven vooral leuk moet zijn. We proostten en leefden in een grote bubbel. Maar zo is het leven natuurlijk niet. Je moet werken, examens halen, presteren, dealen met het bestaan, en ja, dat is soms heftig. Maar dat moeten we allemaal… Ik hoop dat ik binnenkort voldoende moed heb verzameld om mijn alcoholprobleem echt aan te pakken, al weet ik niet of me dat zal lukken met deze baan…”

Tekst: Natasja Bijl | Beeld: Kelsey Chance