Nieuwe wereldwijde trend: de kunst van het niksen

Wij Nederlanders blijken zo ontzettend goed te zijn in niksen!

Lees ook

Het kan je zijn ontgaan, maar laatst stond ons kikkerlandje opeens wereldwijd in de belangstelling. Niet vanwege de gouden medailles die onze schaatsers tijdens de Olympische Spelen veroverden, maar omdat wij Nederlanders zo ontzettend goed blijken te zijn in niksen. Ja, je leest het goed: niksen. En met niksen wordt bedoeld: echt he-le-maal niets doen. Uit het raam kijken. Op de bank voor je uit zitten staren. Een ommetje maken zonder doel. En daarbij luister je niet naar muziek, check je geen mail, lees je geen krant of boek en verstuur je niet snel even een appje. Nee, je doet gewoon helemaal niets.

Hmm, ik weet niet hoe het met jou zit, maar dit is niet bepaald iets waarin ik mezelf direct herken. De laatste keer dat ik een paar minuten achter elkaar helemaal niks deed, is waarschijnlijk driekwart jaar geleden toen ik op een Aziatisch strand lag en de hemel aftuurde naar eventuele regenwolken. 

New dutch trend
De Poolse Olga Mecking ziet blijkbaar iets anders. Voor het Amerikaanse online tijdschrift Woolly Magazine schreef ze een artikel genaamd Niksen. The new Dutch trend that’s better than hygge. De blogger en journalist, die onder andere schrijft voor de Huffington Post, woont sinds zes jaar in Nederland met haar Duitse man en drie kleine kinderen. Veel Amerikaanse sites, waaronder Today.com en Lifehacker.com, namen het nieuws over, en ook in de Britse en Italiaanse pers werd geschreven over dit typisch Nederlandse gebruik, dat de beste remedie tegen een burn-out werd genoemd. Plotseling zoemde het simpele Nederlandse woordje ‘niksen’ de hele wereld over en leek de nieuwste rage een feit.

“Niksen ligt lastig: een heel weekend op de bank hangen is niet cool”

Het nut van niksdoen
De afgelopen tijd is gebleken dat we best gevoelig zijn voor de nieuwste lifestyletrends. Nadat we ons massaal op mindfulness hadden gestort, probeerden we het Deense hygge, het Zweedse lagom en het Finse sisu uit. En tussendoor sloegen we met z’n allen aan het opruimen volgens de aanwijzingen van de Japanse Marie Kondo. In onze zoektocht naar een beter leven keken we vooral over de grens, omdat ze daar de kunst van een uitgebalanceerd leven beter leken te beheersen.

 
“We gaan inderdaad van de ene hype naar de andere”, zegt trendstrateeg Caroline van Beekhoff. “Door internet en de sociale media staan alle voordeuren wagenwijd open. Kon je vroeger letterlijk alleen bij de buren gluren hoe zij hun leven leefden, tegenwoordig spiegelen we ons aan mensen over de hele wereld.” Daardoor ligt ontevredenheid vaker op de loer, waarschuwt Van Beekhoff. “We denken dat het gras bij anderen groener is, dat zij de oplossingen voor een gelukkiger leven hebben. Dat maakt het lastiger om tevreden te zijn met je eigen leven.”
 
Dat het concept van niksen zo aanslaat, met name in de Verenigde Staten, snapt ze wel. “Niksen past in de grotere beweging die op gang is gekomen als reactie op het continu bereikbaar zijn en het alsmaar doorgaan. In de ogen van Amerikanen leven wij natuurlijk heel relaxed. Ze denken dat we alles op de schaats en de fiets doen, dat we op klompen lopen en regelmatig stoned zijn. Ik vind het een groot compliment van die Poolse mevrouw dat ze ons Nederlanders zo goed vindt in niksen. Maar ik denk dat we er heel graag goed in zouden wíllen zijn, want vooralsnog is een burn-out een van de belangrijkste beroepsziekten in ons land.”
 

“Die loze momenten zijn ideaal om je gedachten hun gang te laten gaan”

Saai of lui
Ging het Deense begrip hygge nog over gezelligheid – met warme sokken en een beker chocomel bij de open haard zitten – niksen lijkt ontdaan van een dergelijke knusheid. Voor niets doen heb je geen warm dekentje, kaarsen of haardhout nodig. “We komen steeds dichterbij de essentie”, zegt Van Beekhoff. “Als je echt nikst, word je niet beziggehouden. Dan komen er andere dingen op gang en kijk je bij jezelf naar binnen in plaats van naar de buurman.” Toch is niksen nog niet echt sociaal geaccepteerd, denkt ze. Een collega die langdurig uit het raam staart of iemand die alleen maar op de bank hangt, vinden we meestal maar nutteloos bezig. En een vriendin vertellen dat je het afgelopen weekend helemaal niks hebt gedaan, vinden we niet cool. Eerder saai. Of lui.

“Dat de wetenschap, maar ook de kunst, profiteert van momenten waarop we juist niet aan het werk zijn, verbaast onderzoekers niet”

Verveel jij je ooit?
Bewust kiezen voor nutteloos bezig zijn, klinkt bijna tegennatuurlijk. Toch staat niksen niet gelijk aan zinloosheid. Integendeel. Neem bijvoorbeeld natuurkundige Isaac Newton: hij kwam op het idee van de zwaartekracht toen hij in de boomgaard van zijn moeder zat te dagdromen en een appel uit de boom zag vallen. Of René Descartes: hij bedacht het wiskundige concept van de x- en de y-as toen hij vanuit z’n bed een vlieg op het plafond volgde. En Archimedes kwam op het principe van de opwaartse kracht terwijl hij in bad lag. Dat de wetenschap, maar ook de kunst, profiteert van momenten waarop we juist niet aan het werk zijn, verbaast onderzoekers niet. Juist zij pleiten al langer voor een goed potje lanterfanten op z’n tijd. De gedachten die we hebben als we ze een beetje laten afdwalen, zijn een stroom van losse ideeën, dromen en herinneringen.

De Britse psycholoog Sandi Mann, die al jarenlang onderzoek doet naar verveling, zegt hierover: “Zodra je begint met dagdromen en je geest laat afdwalen, begin je een beetje verder te denken dan het bewustzijn. Dan kom je een beetje in het onderbewustzijn terecht. Hierdoor ontstaan andere verbindingen.” Die staat van het brein wanneer we aan het lummelen zijn, noemde neuroloog Marcus Raichle de standaardmodus. In deze modus, wanneer je dus niet geconcentreerd bezig bent met een doelgerichte taak, krijgen je hersenen de kans om lekker actief te zijn, om problemen op te lossen en nieuwe inzichten op te doen. Als je continu prikkels krijgt, blijven die eurekamomenten juist uit.

“We zouden een voorbeeld aan dieren kunnen nemen. Die lijken absoluut geen moeite te hebben met lummelen”

De Amerikaanse journalist en radiopresentator Manoush Zomorodi ondervond dit aan den lijve. In haar boek Een pleidooi voor verveling vertelt ze hoe ze op een gegeven moment vastliep in haar werk en de goede ideeën niet meer wilden komen. Ze realiseerde zich dat ze elk vrij moment op haar mobiel zat en zich nooit eens verveelde. Ze bedacht dat de laatste keer dat ze een mooie ingeving had gehad, was toen ze als kersverse moeder van een baby met darmkrampjes uren achter de kinderwagen had gelopen. In eerste instantie vond ze dit oersaai, totdat ze merkte dat ze al lopend de ene brainwave na de andere kreeg. Het inzicht dat je hersenen niet uit staan als je een klusje op de automatische piloot doet, leidde tot het opzetten van Zomorodi’s ‘Bored and brilliant challenge’, waarvoor ze 20.000 aanmeldingen kreeg van mensen die bereid waren hun telefoon vaker weg te leggen en zich meer te vervelen. Juist in dit tijdperk van afleiding, vindt Zomorodi, zouden we de momenten die we vaak als loos of inefficiënt beschouwen – in de trein of lopend over straat bijvoorbeeld – moeten zien als ideale gelegenheden om onze gedachten hun gang te laten gaan.

Dieren doen het slim
We zouden een voorbeeld aan dieren kunnen nemen. Die lijken absoluut geen moeite te hebben met lummelen. Volgens bioloog Tijs Goldschmidt snappen dieren veel beter dan mensen wanneer het tijd is om te niksen, en dat doen ze dan ook volop. In zijn TED-talk ‘Work hard at doing nothing’ beschrijft hij hoe de Zuid-Amerikaanse luiaard het grootste deel van een etmaal ondersteboven aan een boomtak hangt en hoe cheeta’s zich héél soms inspannen om een prooi te vangen om vervolgens weer in de schaduw te gaan liggen rusten. Dieren die genoeg te eten hebben, besteden veel tijd aan relaxen, aldus Goldschmidt. In onze ogen lijken ze hun tijd te verspillen, onproductief bezig te zijn, en we vragen ons af of ze zich dat ongegeneerde luiergedrag kunnen permitteren.

Als antwoord daarop vertelt Goldschmidt over het onderzoek onder torenvalken dat de onlangs overleden emeritus hoogleraar gedragsbiologie Serge Daan uitvoerde in het Lauwersmeergebied. Torenvalken leggen gemiddeld vier eieren. Daan legde in enkele nesten twee extra eieren. Hij zag dat de vadervalken extra muizen voor hun jongen vingen, maar ook dat ze korter leefden doordat ze hun reserves hadden uitgeput. Vier eieren blijkt dus precies goed. En twaalf uur lummelen per etmaal blijkt van levensbelang voor deze dieren. Waarmee Goldschmidt maar wil zeggen dat altijd maar zo hard werken als je kunt helemaal niet goed is, voor dieren noch mensen. Carolien Hamming, stressdeskundige en directeur van het CSR Centrum voor stress- en burnout-coaching, is het hiermee eens.

“Eigenlijk is het een raadsel waarom de Poolse Olga Mecking ons aanprijst als een volk dat goed kan niksen, want we blijken er razend slecht in te zijn”

“Ook wij mensen beschikken over een heel mooi systeem: we krijgen precies zoveel energie als we nodig hebben. Maar we laten continu de motor ronken, waardoor we ons onvoldoende opladen en het systeem uit balans brengen.” Dat we onze uitknop zo moeilijk kunnen vinden, wijt Hamming aan de huidige samenleving. “We leven in een 24/7-maatschappij, zijn altijd online en werk en privé lopen door elkaar. Als je alsmaar actief bent, sta je continu in de aanstand. Op deze manier tank je nooit bij en raak je zowel lichamelijk als mentaal oververmoeid.”

Calvinistisch
Een intensieve werkdag, legt Hamming uit, werkt tot ’s avonds laat door in je adrenalineniveau. Daarom zouden we op een werkdag elk uur eventjes moeten afschakelen. “Ga koffie halen, kijk een poosje voor je uit, loop de trap op en af. Door met een ander stuk van je brein bezig te zijn dan daarvoor, breng je je systeem tot rust. Hoe vaker je dit doet op een dag, hoe beter je slaapt.”

Eigenlijk is het een raadsel waarom de Poolse Olga Mecking ons aanprijst als een volk dat goed kan niksen, want we blijken er razend slecht in te zijn. Vanuit onze calvinistische achtergrond zit niksdoen helemaal niet in onze volksaard . Ooit konden we het echter als de beste. Denk maar eens terug aan die saaie zondagmiddagen van vroeger, waarop het regende, we languit op de bank lagen en we tegen onze moeder klaagden dat we ons verveelden. En wat zei ze dan: “Verveel je je? Dat is goed voor je.” En gelijk had ze, die wijze vrouw.

Lees ook: Op deze leeftijd heb je de meeste kans om zwanger te worden

Tekst: Alice van Essen l Beeld: iStock

Laatste nieuws

Zie ook