“Ik jatte alles, puur voor de kick”

Met een leuke relatie en een topfunctie bij een groot levensmiddelenconcern heeft Esmé (36) niets te klagen. Toch vindt ze het heerlijk om te stelen.

Lees ook

Met een leuke relatie en een topfunctie bij een groot levensmiddelenconcern heeft Esmé (36) niets te klagen. Toch vindt ze het heerlijk om te stelen. Op een dag loopt ze tegen de lamp. “In de computer staat nu ‘dief’ achter mijn naam.”

De eerste keer dat ik iets meenam zonder betalen, ?was om praktische redenen. Ik had getankt en mijn benzine afgerekend, maar wilde een frisse mond ?voor ik naar mijn volgende afspraak reed. Toen ik de lange rij voor de ?kassa zag, liet ik een rol pepermunt in mijn handtas glijden. Terug in de auto leek mijn hart ?te ontploffen. Thuis smeet ik de aangebroken ?rol in de pedaalemmer. Ik vond mezelf walgelijk. Ik verdiende een vermogen, zelfs het dubbele ?van wat mijn vriendinnen binnenharkten.

Toch gebeurde het opnieuw. Op een braderie verkocht een handelaar een partij lipsticks van mijn favoriete merk. Ik werd bijna verdrukt door graaiende vrouwen en de marktkoopman blééf maar aan de andere kant staan. Heel bewust klemde ik mijn hand om een lippenstift. Rustig wandelde ik verder. Het verbaasde me hoe makkelijk het ging. Blijkbaar zie ik er met mijn mantelpakje en designerlaarzen niet uit als een potentiële winkeldief. En terwijl ik me de eerste keer nog schuldig voelde, dacht ik toen alleen maar dat de verkoper beter had moeten opletten. Als hij in de gaten had gehouden wie er aan de beurt was, had ik meer respect voor hem gehad. Deze keer hield ik de lipstick.

Duizenden euro’s
Na nog een paar hebbedingen gepikt te hebben, was het hek van de dam. De kick om anderen te slim af te zijn gaf me vleugels. Ik vond het ook een fijn idee dat iets gratis was. Een leuke sjaal stond me nóg leuker als ik wist dat ik er geen zeventig euro voor had neergeteld. En had ik panty’s nodig? Ik sloeg mijn slag. Flessen wijn, nagellak en kostbare geurkaarsen: ik eigende me alles toe. Gratis en voor niets. Ik nam in een lampenwinkel zelfs een schemerlamp mee. Puur om te kijken ?of ik het kon. Wie verwacht er nu dat iemand een lamp in zijn tas stopt?

Ik denk dat ik in totaal voor duizenden euro’s ?heb gejat. Het waren geen willekeurige producten, maar dingen die ik anders zou hebben gekocht. Het was ook geen hebberigheid, want ik kon alles makkelijk betalen. Daarom hield ik het geheim. ?Ik ben nooit gepest, zat altijd prima in mijn vel. Mensen zouden het niet begrijpen van iemand met een heerlijke jeugd en een extravagante loonstrook. Het was meer een superioriteits-gevoel, de kick van het anderen te slim af zijn. ?De gedachte dat ik intelligenter was dan de rest en niet werd gepakt.

Geprepareerde tassen – dat zijn tassen die aan de binnenkant bewerkt zijn met lagen aluminiumfolie zodat het winkelalarm niet afgaat – vond ik te ver gaan. Te crimineel en a-sportief. Ik genoot er juist van als een beveiliger of rechercheur in burger me van top tot teen bekeek en inschatte. In die tijd stak ik mijn haren vaak op en droeg ik merktassen en dure pumps. Dan knikte ik ?zo schattig mogelijk en zag ik hun blik al wegglijden naar een student of Oost-Europeaan achter me. Dat ik wist dat het rechercheurs waren, vond ik ook geweldig van mezelf. Ze waren zo zichtbaar: mannen of vrouwen in opvallend onopvallende kleding die in hun eentje winkelden. Ik jatte enkel als ik alleen ?in een gangpad stond. Of ik liep met een paar artikelen naar de kassa en moffelde tijdens ?het lopen de helft in mijn zakken.

Hoffelijke agenten
Op een gegeven moment was het zo erg dat ?ik mezelf, als ik iets nodig had en het in mijn handen had, consequent afvroeg of ik het zou betalen of meenemen. Zelfs bij zoiets simpels als een tandenborstel maakte ik die afweging. Maar ook bij dure sneakers. Als ik besloot te stelen, controleerde ik de omgeving en liep ik compleet ontspannen verder met het artikel in mijn hand. In een onbewaakt moment wipte ik het dan vliegensvlug in mijn mouw. Daarna voelde ik met een hand aan een oorbel. Daardoor zakte mijn buit richting elleboog, waar het veel minder opviel als ik mijn arm over mijn schoudertas sloeg. Geniaal, vond ik het zelf.

Ik ben nooit bang geweest om betrapt te worden. En het is ook bijna vier jaar goed gegaan. Een pot vitaminepillen heeft me de das omgedaan. Ook die keer wandelde ik rustig naar buiten. Ik was er al zeker van dat ik veilig was, toen er hardhandig in mijn schouder werd geknepen. Achter me stond een nog jonge vent, type skater met geblondeerd piekhaar. Ik had hem totaal verkeerd ingeschat.

Ik moest mee naar een kamertje. Daar kreeg ik uitleg en werd de politie gebeld. De winkel legde me een boete op en op het politiebureau werd een proces-verbaal opgemaakt. Wat voelde ik me klein! En verbazingwekkend genoeg ook schuldig. Al die mensen moesten nu tijd in mij steken, terwijl ik nota bene een goudkleurige creditcard heb. Wat me vooral is bijgebleven, is de hoffelijkheid van de agenten. In hun ogen was ik een ordinaire dief, een crimineel, en toch bleven ze vriendelijk tegen me. De aantekening achter mijn naam hakte er ook in. Ik heb gelukkig ?een vaste baan en over een paar jaar wordt ?alles geseponeerd, maar ik hoop niet dat ik op korte termijn een verklaring van goed gedrag nodig heb. In de computer staat nu ‘dief’ achter mijn naam.

Die middag zat ik als een zombie op de bank en huilde ik tranen met tuiten, zo erg was ?ik geschrokken. Mijn arrestatie had zo’n indruk gemaakt dat ik mezelf bezwoer dat ik nooit meer zou stelen. Ik schaamde me vreselijk.

Riem van Chanel
Toch is de verleiding af en toe nog te groot. Laatst heb ik in een Chanel Store een riem van bijna duizend euro gepikt. Hij was prachtig, ?maar ik vond hem maar eenderde van dat bedrag waard. En het was gewoon te makkelijk. Er was geen beveiligingssysteem en de twee particuliere beveiligers die ik zag toen ik binnenkwam, waren nergens meer te bekennen. Het bizarre was dat ?ik me schaamde toen ik er eenmaal mee was weggekomen. Het idee om voor een tweede keer betrapt te worden en weer dat circus door te moeten of een serieus strafblad te krijgen, schrikt me behoorlijk af. Bovendien lees ik ?steeds vaker over kleine winkeliers en hun problemen door de recessie, en juist zij hebben slechte beveiliging. Dat geeft me een rotgevoel. Daarom sta ?ik mezelf soms nog een zwak moment toe, maar uiteindelijk wil ik stoppen. Het gekke is dat eerlijk zijn en afrekenen me ?nu een fijner gevoel geeft dan iets gratis hebben. Een soort opluchting en trots dat ik een beter mens ben geworden. Daarom weet ik honderd procent zeker dat het me gaat lukken.

Laatste nieuws

Zie ook