Zo vind je de eetstijl die jouw lichaam nodig heeft

Als je gevoelig bent voor bepaalde kwalen, dan kunnen bepaalde voedingsmiddelen deze klachten opwekken of zelfs verergeren.

Lees ook

Voel je je na het eten de ene keer fris en energiek, en de andere keer moe of opgeblazen? Dan is dat niet zo heel gek. Wat je eet heeft impact op hoe fit je je voelt. Als je weet welke eetstijl jouw lichaam nodig heeft, kun je voedingsmiddelen in je eetpatroon opnemen die jouw lijf goed doen.

Dit is wat voeding met je doet

Voeding heeft invloed op hoe jij in je vel zit. Niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel. Sommige voedingsmiddelen geven je een oppepper en andere laten je buik opzwellen of maken je sloom, chagrijnig en moe.
Als je gevoelig bent voor migraine of eczeem, dan kunnen bepaalde voedingsmiddelen deze klachten zelfs opwekken of verergeren. Ook je huid kan reageren op voeding. Na sterk bewerkte etenswaren, zoals koekjes en suiker, kan het zijn dat je je niet optimaal voelt. Het is een teken dat je lichaam niet de voedingsstoffen krijgt die het nodig heeft.

Hoe vind je jouw persoonlijke eetstijl?

Om erachter te komen welke voedingsmiddelen goed zijn voor je lijf en welke niet, gaat het erom de ‘beste match’ te vinden. Dat vraagt tijd en inzet. Het goede nieuws: als je eenmaal je eetstijl hebt gevonden, heb je er de rest van je leven plezier van.

Je begint door sommige voedingsmiddelen een tijdje weg te laten – bijvoorbeeld drie weken – en ze dan één voor één weer te introduceren. Zo kun je zien hoe je lichaam erop reageert. Je laat voedingsmiddelen weg waarvan bekend is dat ze vaak een opgeblazen gevoel of andere ongemakken veroorzaken. Denk aan voedingsmiddelen die ontstekingen bevorderen en producten waarvoor veel mensen gevoelig zijn.

We hebben deze producten voor je op een rijtje gezet:

• Tarwe en andere granen die gluten bevatten
• Koemelk
• Soja
• Pinda’s
• Maïs en andere zetmeelrijke producten
• Bewerkte voedingsmiddelen, zoals worst, chips en koekjes
• Meeste plantaardige oliën, zoals zonnebloemolie en koolzaadolie

Na twee tot zes weken introduceer je om de drie tot vier dagen één voedingsmiddel tegelijk om te beoordelen of je een lichaam een reactie geeft.

Wat kun je eten in die twee tot zes weken?

Er zijn veel voedingsmiddelen die je nog steeds kunt eten als je aan het onderzoeken bent waar je lichaam het beste op reageert. Denk aan de meeste groenten, een aantal fruitsoorten, veel verschillende soorten eiwitbronnen, enkele koolhydraten en vetten.

Groenten

De meeste groenten zijn over het algemeen geen probleem voor je lijf, vooral als je ze verhit. Alleen van kruisbloemige groenten is bekend dat ze voor winderigheid kunnen zorgen. Hetzelfde geldt voor zwavelhoudende groenten als uien en prei. Als je een low FODMAP-dieet volgt, moet je sommige groenten mogelijk wel schrappen omdat je anders klachten krijgt.

Fruit

Bessen, meloenen en citrusvruchten worden door de meeste mensen prima verdragen. Dit zijn dus goede fruitsoorten om te eten. Ze zijn ook nog eens koolhydraatarm en dat is perfect als je streeft naar een gezond gewicht.

Er zijn ook fruitsoorten die bij sommige mensen voor ongemakken kunnen zorgen. Let dus even op bij de volgende vruchten:

• Ananas
• Appels
• Bananen
• Dadels
• Druiven
• Kersen
• Kiwi
• Mango
• Peren
• Pruimen

Mocht je last hebben van gasvorming na het eten van één van deze fruitsoorten, kijk dan of je ze kunt vervangen door een fruitsoort die geen ongemakken geeft.

Eiwitten

Tenzij je een lactose-allergie hebt, reageren je darmen waarschijnlijk goed op zuivel die gefermenteerd is. Denk aan yoghurt, kwark en karnemelk. In plaats van melk kun je plantaardige melk gebruiken. Denk aan havermelk of amandelmelk.

Ook eiwitbronnen als kip, vis, eieren, rundvlees en zeevruchten kun je over het algemeen prima nemen, tenzij je er allergisch voor bent. Peulvruchten kunnen voor gasvorming zorgen, dus kijk even hoe je erop reageert. Soms kunnen kleine porties prima, maar levert een bonenschotel klachten op.

Koolhydraten

Glutenvrije granen zijn over het algemeen zacht voor de darmen en geven daarom meestal geen problemen. Denk aan zilvervliesrijst, quinoa en haver.

Vetten

Gezonde vetten geven over het algemeen geen problemen en kun je dus prima eten. Het beste zorg je voor een goede balans tussen omega 3, omega 6 en omega 9. De eerste vind je bijvoorbeeld in zalm, de tweede in zonnebloemolie en de derde in olijfolie.

Omdat omega 6-vezuren al in veel producten voorkomen, krijgen we daar vaak al meer dan voldoende vanbinnen. Het beste let je dus op of je voldoende omega 3 en 9 binnenkrijgt.

Hoe ga je verder?

Als je twee tot zes weken alle voedingsmiddelen hebt weggelaten die klachten kunnen geven, introduceer je om de drie tot vier dagen één voedingsmiddel tegelijk. Zo kun je beoordelen of je lichaam een reactie geeft. Op deze manier vind je na een tijdje de voedingsmiddelen die je lichaam goed doen en waar jij je goed bij voelt.

Tekst: healthblogger Annemiek van der Krogt | Beeld: Ogo 

Laatste nieuws

Zie ook